Het Al-Yaqeen team is een Islamitische organisatie die zich bezig houdt met interreligieus theologisch ‘’onderzoek’’. In één van haar artikelen behandelen zij de Joods-christelijke traditie betreffende Ismael, één van de zonen van Abraham, zoals deze wordt omschreven in Genesis. De uiteindelijke conclusie die door Al-Yaqeen wordt getrokken is dat de schrijver van Genesis onbekend is met de ‘’echte’’ leeftijd van Ismael en/of dat zijn overleveringen, betreffende Ismael, later aangevuld zijn door een andere auteur. (Reductionisme) Voor het volledige artikel kunt u hier terecht (http://www.al-yaqeen.com/bibliotheek/artikel.php?id=1159)

 

Tot deze conclusie komt het Al-Yaqeen team op basis van de overlevering gevonden in Genesis 21:14-20 waarin Ismael wordt omschreven als een weerloze zuigeling, terwijl hij toch minimaal 14 jaar ( het artikel pleit voor een leeftijd van 16 jaar) oud geweest moest zijn (Genesis 17:24-25, 21:5, 21:9-13). De schrijver(s) verwoord zijn objectie als volgt: Hoe valt zo een duidelijke discrepantie goed te praten? Ofwel de schrijver van Genesis moet zijn vergeten dat Ismaël reeds zestien jaar was ten tijde van zijn verdrijving, of een ander heeft dit verhaal dusdanig verdraaid dat hieruit voortvloeit dat Hagar haar jongvolwassen zoon op haar schouders door de woestijn droeg en zijn gehuil uiteindelijk niet meer kon uitstaan en hem onder de struiken wierp’’ (Al-Yaqeen, artikel: Wist de schrijver van Genesis wel wat de werkelijke leeftijd was van Ismaël?)

 

Het idee dat een jongeman, van circa 16 jaar, door zijn moeder gedragen wordt, en dat diezelfde jongeman, in tijden van nood, in huilen uitbreekt is reden voor het Al-Yaqeen team de gehele overlevering in twijfel te trekken, en de stelling te deponeren dat de schrijver van deze overlevering onbekend is met de ware leeftijd van Ismael op het punt waarin hij beschrijft dat Ismael wordt gedragen door zijn moeder en in huilen uitbarst. De schrijver(s) maakt echter gebruik van een geïnterpreteerde vertaling van de Hebreeuwse tekst ( Willibrordvertaling, Groot Nieuws Bijbel) andere Bijbelse vertalingen die het Hebreeuws meer trouw blijven maken een duidelijk onderscheid tussen wat Abraham op de schouders van Hagar (moeder van Ismael) plaatst en het kind dat haar gegeven wordt:  Toen stond Abraham ’s morgens vroeg op, nam brood en een zak met water, gaf die aan Hagar en legde die op haar schouder. Hij gaf haar ook het kind en stuurde haar weg. Zij ging op weg en dwaalde rond in de woestijn van Berseba’’(Herziene Statenvertaling, zie ook: De Nieuwe Bijbelvertaling, NBG Vertaling en de Statenvertaling Jongbloed-editie)

 

Vers 14, zonder punctuatie, leest wanneer het direct van het Hebreeuws wordt vertaald,

יד  וַיַּשְׁכֵּם אַבְרָהָם בַּבֹּקֶר וַיִּקַּח-לֶחֶם וְחֵמַת מַיִם וַיִּתֵּן אֶל-הָגָר שָׂם עַל-שִׁכְמָהּ, וְאֶת-הַיֶּלֶד–וַיְשַׁלְּחֶהָ; וַתֵּלֶךְ וַתֵּתַע, בְּמִדְבַּר בְּאֵר שָׁבַע

 

‘’Abraham stond in de ochtend op, en gaf die aan Hagar en legde die op schouder en het kind, en stuurde haar weg. Zij ging weg en dwaalde rond in de woestijn van Bersheba’’(J. Price).

 

 

Er zijn 3 werkwoorden in de directe omgeving (van het kind) ‘’nam’’, ‘’gaf’’ en ‘’legde’’. Welk is ‘’het kind’’ het lijdende voorwerp van? De vertaling die het Al-Yaqeen team gebruikt gaat ervanuit dat ‘’het kind’’ het lijdende voorwerp is van ‘’legde’’. Het probleem hiervan is dat een normale Hebreeuwse woordvolgorde het gelijk achter het werkwoord zou plaatsen, ‘’legde het kind op haar schouder’’ (D. Washburn: 2007). Echter leest de tekst:’’ legde die op schouder en het kind’’. De meer plausibele lezing zou zijn dat ‘’het kind’’ het lijdende voorwerp is van de andere twee werkwoorden, ‘’Abraham nam brood en een zak met water (legde deze op haar schouder) en het kind en gaf ze aan Hagar (D. Washburn, J. Price: 2007).

 

Deze lijn van beredenering wordt dan ook gevolgd door de meerderheid van de klassieke Nederlandse vertalingen(Herziene Statenvertaling, De Nieuwe Bijbelvertaling, NBG Vertaling en de Statenvertaling Jongbloed-editie). Prof. James D. Price in zijn exegesis van Genesis geeft nog 4 redenen waarom de latere lezing de meer plausibele lezing is.

 

 

(1) vers 14, het woord “en” dient in dit geval als een samenvattende toevoeging, omdat het geen voorafgaand zelfstandig naamwoord kent waarmee de zin ‘’het kind’’ kan verbinden. Waarmee de lezing dat Abraham Ismael op de schouder van Hagar plaatste onwaarschijnlijk is.

 

(2)De Hebreeuwse tekst legt een distinctief accent op het woord “haar schouder”, dat een syntactische scheiding aanbrengt tussen de uitdrukking “haar schouder” en de zinsnede “, en het kind” Dit ondersteunt (1) hierboven

 

(3) Zelfs als Ismaël  een klein kind zou zijn geweest is het onnatuurlijk voor een vrouw om een kind te dragen op haar schouder – op haar rug of heup, ja, maar op haar schouder, nee.

 

(4) Het woord “gooide” van vers 15 hoeft niet te worden uitgelegd dat Hagar haar zoon pakte om hem vervolgens weg te gooien als een steen. Ook dat is een onnatuurlijk lezing. Een moeder zou dat nooit doen met een kind. Toen de jongen zich flauw voelde worden hielp ze hem zo ver als haar kracht haar dit toeliet. Toen ze niet meer kon, liet ze hem vallen onder de schaduw van een boom. Het woord “gooide” komt overeen met dat begrip. De Bijbel gebruikt dit begrip op deze wijze, waarin geen geweldadige energieke actie geïmpliceerd word, op verscheidene plaatsen (2 Sam 20:10, 1 Kon 19:19, 2 Kon 4:41,13:21, 2 Kron 24:10, Job 15:33, Psalm 55:22, Ezek 43:24).

 

Alleen vijandige lezers dringen erop aan een tekst op een tegenstrijdige manier te lezen. Echter, het is academisch gepast om aan te nemen dat een tekst consistent en vrij van tegenstrijdigheden is als een tekst zodanig geïnterpreteerd kan worden. Dit is 1 van de stelregels binnen de (Bijbelse) hermeneutiek. Alleen wanneer een tekst niet geïnterpreteerd kan worden in een consistente, en tegenstrijdigheden vrije manier, is het gepast de tekst te beschuldigen van onwaarheden en/of tegenstrijdigheden.

 

We hebben echter gezien dat een dergelijke optie niet opengelaten wordt voor de schrijvers van het Al-Yaqeen team. De Bijbelse tekst dient na grondige bestudering, en op basis van de boven weergegeven argumenten, gevrijwaard te worden van deze accusatie (van tegenstrijdigheid/onwaarheid). Gezien de Qur’an oproept tot het achterhalen van de waarheid (S 2:256), ga ik ervanuit dat het Al-Yaqeen team hier gehoor aan zal geven, en hun misinformatie, betreffende dit onderwerp, zal rectificeren.

 

Gods Zegen voor een ieder die dit artikel leest. Met dank aan de Heer, die alle dingen mogelijk maakt.
In Jezus Naam.

Deo Volente NL