Muhammad komt NIET voor in de Bijbel (deel 1)

Een reactie op moslim apologeten

Naar aanleiding van mijn artikel “Is Muhammad voorspeld in de Bijbel” en mijn gesprek met een toenmalige medestander van hen, denken de moslims van answering-christianity (hierna: ACNL) een case te kunnen maken dat hun profeet in de Bijbel voorkomt. Zij beroepen zich op het feit dat ik inconsequent zou zijn omdat ik voor de profetieën over Jezus geen context eis, maar voor de profetieën over Muhammad wel. Zij beweren:

Allereerst willen we erop wijzen dat de christenen claimen dat de Goddelijke Jezus is voorspelt [sic] in het Oude Testament. Hierbij verwijzen de Bijbelauteurs (lucas, matteus, marcus en Johannes) talloze keren naar het Oude Testament. De verwijzingen corresponderen echter in de meeste gevallen niet met het context van het Oude Testament.

Een goed voorbeeld hiervan is Johannes 13:18 hierin staat het volgende: “ik doel niet op jullie allemaal; ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de schrift staat zal in vervulling gaan; “hij die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd”.

Als we dit echter terug reflecteren naar de psalm 41 waarin het bovenstaande stukje voorkomt, dan zien we dat het nooit kan wijzen op Jezus, gezien het feit, dat in vers 5 het volgende staat; “ik heb tegen u gezondigd”.

Als de context leidend geweest zou zijn dan zou dit betekenen dat Jezus gezondigd heeft en dat is in volledige contradictie met het Nieuwe Testament.

Een vooraanstaande lid van een evangelistenbeweging geeft dit dan ook als volgt toe; “Nee psalm 41 gaat niet in zijn geheel over Jezus”. (1)

Door de Joodse methodiek van het Nieuwe Testament en de Talmoed toe te passen willen moslims zich beroepen op profetieën over hun profeet. Maar er wordt, zoals zo langzamerhand gewoonlijk met moslims, maar deels gerefereerd naar wat ik gezegd heb. Hier is de volledige tekst van wat ik gezegd heb in mijn gesprek met een toenmalige medestander van ACNL:

Nee, Psalm 41 gaat niet in zijn geheel over Jezus. De Messias is niet kant en klaar in de Tenach beschreven. Hij zit er als het ware in verborgen. Vaak is het ook zo dat een profetie of gebeurtenis in de geschiedenis van Israel een voorbode is van de Messias. Zoals bijv David, die de voorvader was van de Messias, was ook een soort van proto-type van de Messias. Zoals bepaalde dingen in zijn leven, Gods gezalfde, gebeurden, zo zou het ook in het leven van de Messias, DE Gezalfde, gebeuren. Zelfs in de rabbijnse traditie staat er “Al de profeten, allemaal, hebben niet anders geprofeteerd dan van de dagen van de Messias.” (Babylonische Talmud, Sanhedrin 99a) De Messias moet dus gevonden worden. Zelfs de zogenaamde “duidelijke” messiaanse profetieën zou je op andere figuren kunnen toepassen. Dus de vraag blijft altijd “wie of wat is de Messias?” en waar vinden we hem?… Er zijn geen teksten waar er staat “als de Messias komt dan zal hij dat doen” of “wanneer de Messias komt dan doet hij zo”. De Messias is verborgen in de Tenach en er zijn vele hints over en verwijzingen naar een figuur die bepaalde dingen doen zal en die moeten bij elkaar geplaatst worden om een geheel te krijgen. Sommige zijn op basis van historische gebeurtenissen, andere zijn profetische verwijzingen, weer anderen zijn op basis van specifieke personen uit de Tenach.

Zoals je ziet is er dus 1 zinnetje genomen van wat ik werkelijk heb gezegd om mij te laten zeggen wat ik niet gezegd heb. Dus het punt is dit: De Tenach spreekt over de Messias. De vraag is waar kunnen we hem vinden, daar er geen hap-klare profetieën in de Tenach staan. Een volledig beeld van de Messias ontstaat pas wanneer wij teksten bij elkaar halen uit de Tenach en bij elkaar voegen. Sommige profetieën blijken uit eindtijdsvoorspellingen. Andere profetieën blijken uit historische voorschaduwingen. Ik reik de volgende voorbeelden aan:

  • Izaak, die de enige zoon van Abraham, die aan Abraham was gegeven als een belofte, door wie alle volken der aarde zouden worden gezegend, die gewillig als offer werd gesteld door zijn vader.
  • Jozef die door zijn broeders verraden werd, voor dood werd achtergelaten en uiteindelijk verhoogd werd tot heerser van Egypte die eerst niet door zijn broeders werd herkend, maar toen hij zichzelf openbaarde als hun broeder waarvan zij dachten dat hij dood was, zij hem herkenden als hun redder,
  • Mozes, die als kind ontsnapte aan de dood en in het Egyptische hof bescherming vond, aan het volk verscheen, niet werd erkend, verdween, alleen om de tweede keer aan hen te verschijnen als hun redder, door wie God de afgoden van Egypte veroordeelde en hen wegvoer uit slavernij, zo zal de Messias oordelen over de hele creatie en zijn volk uiteindelijk bevrijden uit de slavernij der zonde.
  • David, de knecht van God en een man naar zijn hart, die als onwaarschijnlijke figuur uit het niets koning werd van Israel, die als koning priesterlijke daden verrichtte. Die overigens profeteerde over de Messias dat hij een priester zou worden naar de orde van Melchizedek.
  • De geschiedenis van Israel, Gods zoon, die Gods eerstgeborene genoemd werd, als kind, dat wil zeggen pas geboren natie, uit Egypte werd geroepen nadat zij erheen waren gevlucht voor hun veiligheid, zo werd ook de Messias, Gods Zoon, als kind uit Egypte gehaald nadat hij erheen was gevlucht voor zijn veiligheid.

Een mooi voorbeeld van een manier hoe een gezalfde van God in de Tenach zelfs volgens de rabbijnse traditie een voorbode zou zijn van de Messias, dé Gezalfde, zien we in de volgende overlevering:

“Rabbi Berekiah said in the name of Rabbi Isaac: As the first redeemer [i.e, Moses] was, so shall the latter Redeemer be. What is stated of the former redeemer? And Moses took his wife and his sons, and set them upon an ass (Ex. IV, 20). Similarly will it be with the latter Redeemer, as it is stated, Lowly and riding upon an ass (Zech. IX, 9).” (Ecc. R. I:28)…” Rabbi Berekiah said in the name of Rabbi Levi: The future Redeemer will be like the former Redeemer [Moses]. Just as the former Redeemer revealed himself and later was hidden from them (and how long was he hidden? Three months, as it is said, And they met Moses and Aaron (Ex. V, 20,1), so the future Redeemer will be revealed to them, and then be hidden from them.” (Ruth R. V:6) (Midrash Rabbah)

Hoe mooier wil je het hebben? Dus zoals ik zei, de Messias is verborgen, voorschaduwd in verschillende gebeurtenissen en sleutelfiguren uit de Tenach. Dit is echter niet het geval bij Muhammad en vermeende profetieën over hem. Sterker nog, wat de moslims van ACNL maar niet lijken te begrijpen, en het lijkt inmiddels of ze bewust de gigantische olifant in de porseleinenkast negeren, is het volgende: Als de profetieën over Jezus waar zijn, en de door het NT gehanteerde methode van interpretatie van de messiaanse passages klopt, dan kunnen de door hun gerefereerde vermeende profetieën niet over Muhammad gaan. Want als de profetieën over Jezus waar zijn, maakt dat Muhammad meteen overbodig, irrelevant en dus automatisch een valse profeet omdat hij tegen de profetische waarheid van de God van Israël spreekt. Dus de moslims van ACNL hebben te kiezen tussen de volgende twee keuzes:

  1. Of de methode van het NT m.b.t. het onderscheiden van Messiaanse profetieën is juist en dus is Jezus de verlosser uit de Tenach, zoals samengevat in Lucas 24:44-48, maar dat maakt Muhammad dan direct irrelevant en de Koran vals omdat het Lucas 24:44-48 tegenspreekt.
  2. Of de methode is niet juist, maar dan kunnen ze die ook niet toepassen om vermeende profetieën over Muhammad uit de Bijbel te plukken en is de Koran dus vals, want het beweert dat Muhammad wel in de Bijbel te vinden is.

Hoe dan ook, de vermeende waarheid van de Islam is volledig ondermijnd, Muhammad is irrelevant en is er geen enkele basis om Muhammad te volgen en moslim te zijn. De moslims van ACNL gaan verder:

Dus ook de evangelist is van mening dat de context niet altijd leidend is in de benadering van een bepaalt vers. Zodoende eist hij die voorwaarde wel voor Jesaja 29 vers 12. Dit is op z’n zachts gezegd nogal inconsistent.

  1. Als het op Jezus aankomt dan speelt de context geen rol van betekenis.
  2. In Psalm 41 vers 5 staat duidelijk dat degene een zondaar is, dus indien hij de gehele context in overweging neemt dan zou dit betekenen dat vers 9 in volledige contradictie staat met het Nieuwe Testament
  3. Vers 12 in Jesaja 29 is een duidelijke voorbeeld uit het leven van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem), zoals de christenen psalm 41 benaderen, op precies dezelfde wijze, benaderen wij als moslims zijnde dit vers. Als de christenen claimen dat Jesaja 29 vers 12 niet van toepassing is op de edele profeet (vrede en zegeningen zij met hem) hoe kunnen ze dan beweren dat Johannes 13:18 van toepassing is op Jezus? Gezien het feit dat Psalm 41 vers 5 zegt dat degene gezondigd heeft?

Er is helemaal niks inconsequents aan de manier waarop christenen tegen profetieën over Jezus redeneren en hoe zij over vermeende profetieën over Muhammad redeneren, zoals hierboven aangegeven. Nogmaals, en dit kan niet sterk genoeg benadrukt worden: Moslims moeten profetieën over Muhammad in de Bijbel vinden, want de Koran dwingt hen ertoe. Echter de pech van de moslims is dat de Koran, zoals het wel vaker doet, hen aan hun lot over laat en het niet specifiek is door moslims te zeggen waar ze hem kunnen vinden en dus moeten moslims maar in het wilde westen speculeren waar Muhammad genoemd is. De Koran zegt dat hij in de THORA en het EVANGELIE is. Echter, Jesaja is noch Thora, noch Evangelie! Dus per definitie zou de moslim Jesaja niet moeten raadplegen.

Sterker nog, aangezien moslims vinden dat de Bijbel corrupt is, hoe weten moslims dat Jesaja 29:12 werkelijk door Jesaja is geschreven en niet een van die corrupte verzen is? Als laatst, en misschien wel het meest vernietigende argument, hoe weten moslims, daar zij menen dat de Bijbel corrupt is, überhaupt dat Jesaja een echte profeet is? Immers, Jesaja wordt nergens door Allah of Muhammad genoemd als een profeet. En dus kunnen moslims zich niet op Jesaja beroepen. Maar, zoals het Engelse spreekwoord zo mooi klinkt, “desperate times call for desperate measures” en blijkbaar moet en zal de moslim “by hook or by crook” (nog zo een Engelse classic) iets vinden waarvan zij menen dat het over Muhammad moet gaan, zelfs als zij in Jesaja, waarvan ze niet eens weten of hij een profeet is, de boel overhoop moeten gooien enkel om Muhammad te verdedigen.

Maar geheel onvermurwbaar (en je zou toch onderhand zeggen tegen beter weten in) gaan de mannen van ACNL door:

Daarnaast lezen we in Deuteronomium 2:4 dat ook niet-Israëlische volkeren aangeduid worden als de broeders van de Joden, dus dit betekent dat het in Deuteronomium 18:18 niet per definitie gaat om een Profeet van Joodse komaf. De juiste interpretatie van Deuteronomium 18:18 is dan ook in onze optiek dat het verwijst naar de edele profeet (sav), gezien het feit dat ook niet Israëlieten worden aangesproken als broeders van de Joden, dat in dit vers (18;18) niet specifiek, wordt aangegeven dat het om de Arabieren of om een andere volk dan de Israëlieten gaat is geen bewijs.

Dit is een veel voorkomend probleem bij moslim apologeten: geheel voorbijgaan aan wat er wordt gezegd en dan doen alsof je een valide punt maakt. Kan je, op basis van Deut 2:4 vaststellen dat niet-Israëlische volkeren aangeduid worden als broeders? Elk niet-Israëlisch volk? Nee! Dit is wat ik schreef en het weerlegt dan ook meteen de hele “repliek” van de moslims van ACNL:

Hoe zit het dan met het criterium dat de ‘profeet als Mozes’ uit de broeders van de Israëlieten zou komen? Moslims beweren dat de aanduiding “uit uw broeders” in Deuteronomium 18:18 slaat op de Arabieren, die uit Ismaël  zouden komen, die een broer was van Izaak en zo zijn Arabieren dus broeders van de Joden. Zij wijzen dan naar Deuteronomium 2:4 als bewijs dat het woord “broeders” niet perse hoeft te verwijzen naar Israëlieten, maar ook naar andere volken die gerelateerd zijn aan de Israëlieten. Maar als wij kijken naar de tekst in Deuteronomium 2 dan zien we het volgende:

 

2 Toen zeide de Here tot mij: 3 gij hebt lang genoeg om dit gebergte heen getrokken, wendt u naar het noorden; 4 gebied het volk aldus: gij gaat nu trekken door het gebied van uw broeders, de zonen van Esau, die in Seïr wonen; die zullen bevreesd voor u zijn.

 

Het is inderdaad zo dat de term “broeders” niet perse naar Israëlieten verwijst, maar dat weten wij slechts omdat het er expliciet bij staat dat dit naar een ander volk verwijst. Die verwijzing ontbreekt volledig in Deut 18. Met andere woorden, wanneer er geen vermelding staat naar een ander volk buiten Israël om, betekent het woord “broeders” altijd iemand binnen Israël. Wat er ook nog bijkomt is dat de Arabieren nergens in de Bijbel “broeders” van de Israëlieten worden genoemd. Sterker nog, zij worden gewoon als heidenen en vijanden van de Israëlieten beschreven in de Bijbel (Richt 8:24, Psalm 83:6-7) Deze profeet komt dus gewoon, zoals de tekst ook duidelijk zegt, uit het midden van de Joden en niet uit een ander volk.

Dus de moslims van ACNL herhalen hier een argument dat al weerlegd was zonder enige aandacht te schenken aan de weerlegging zelf. Niet alleen wordt hun bewering nergens in de Tenach bevestigd, maar de Tenach spreekt hun bewering direct tegen. De mannen van ACNL gaan verder:

  1. Volgens de christenen gaat het in Deuteronomium 18:18 om een Joodse profeet, zij claimen dat dit duidelijk wordt door de context. In onze optiek is dit nogal hypocriet. Hoewel de christenen claimen dat Jezus voor de zonden van alle mensen ten alle tijden is gestorven valt dit niet te herleiden uit de context van Jesaja 53. De christenen baseren zich op Jesaja 53 waarin de knecht ‘doorboort’ wordt. Als we de context lezen van Jesaja 53 zien we echter dat het gaat om het volk van Israel en niet alle volkeren. Dus als de context leidend is dan zou dit betekenen dat het Nieuwe Testament ernaast zit. We lezen in 44:21 en Jesaja 49;3 dat het om het volk van Israel gaat en niet alle volkeren ten alle tijde zoals de christenen beweren. In johannes 1:29 staat; ‘zie het lams God, dat de zonde van de wereld wegneemt’. Daarnaast lezen we in 1 johannes 2, het volgende; “hij is die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar van de zonden van de gehele wereld”.

Hier maken de heren van ACNL er een warboel van.

Ten eerste gaat het om een joodse profeet, niet omdat de context het zegt, maar omdat het vers het zelf zegt! De profeet komt het midden van hun broeders en zoals al gezegd, omdat er geen verwijzing is naar een volk buiten Israel om, betekent dit dat de term “broeders” verwijst naar iemand uit Israël zelf.

Ten tweede, dat er een beroep wordt gedaan op vers 15 is omdat vers 18 een herhaling is van vers 15. En in vers 15 wordt benadrukt dat de profeet uit het midden van de Israëlieten komt. Dus niet zozeer de context, maar de tekst zelf sluit een Arabier uit!

Ten derde beroepen de mannen van ACNL zich op Jesaja 53, dat de context zou uitwijzen dat het over Israel gaat. Jesaja 53 kan niet over Israël gaan. De knecht in Jesaja 53 wordt rechtvaardig genoemd. Israël, als natie, is niet rechtvaardig, zelfs in Jesaja niet. Bovendien zou het tegen Gods verbond op Sinaï gaan (Lev 26, Deut 28) als Israël rechtvaardig zou zijn en nog door de volkeren vervolgd zou worden.

Ten vierde, Jesaja 49:3 is weer een bewijsstuk voor wat ik hierboven gezegd heb, namelijk, dat de Messias verborgen is in de Tenach en dat hij gevonden moet worden. In eerste instantie lijkt het over Israël te gaan, omdat de knecht nu eenmaal wordt geïdentificeerd als Israël. Maar als wij goed lezen zien wij dat dit de Messias betreft, die Israël wordt genoemd, die slaagt waar Israël faalde door een licht voor de wereld te zijn:

1 Hoort naar Mij, gij kustlanden, en luistert, gij natiën in de verte. De Here heeft mij geroepen van moeders lijf aan, van de schoot mijner moeder aan heeft Hij mijn naam vermeld. 2 En Hij maakte mijn mond als een scherp zwaard; in de schaduw zijner hand verborg Hij mij. Hij maakte mij tot een puntige pijl, in zijn pijlkoker stak Hij mij. 3 En Hij zeide tot mij: Gij zijt mijn knecht, Israël, in wie Ik Mij zal verheerlijken.

4 Doch ik zeide: Tevergeefs heb ik mij afgemat, voor niets en vruchteloos mijn kracht verbruikt. Evenwel, mijn recht is bij de Here en mijn vergelding is bij mijn God. 5 Maar nu zegt de Here, die mij van de moederschoot aan vormde tot zijn knecht, om Jakob tot Hem terug te brengen en om Israël tot Hem vergaderd te doen worden – en ik werd geëerd in de ogen des Heren en mijn God was mijn sterkte – 6 Hij zegt dan: Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van Israël terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde. (Jesaja 49)

Een van de primaire taken van de Messias is dat hij Israel zou herstellen en vergaderen tot God en de vervallen tent van Jacob zal oprichten. Hier zien we dus de Messias, die Israël wordt genoemd, die eerst gefaald lijkt te hebben, maar uiteindelijk niet alleen Israël naar God terugbrengt, maar ook de heil van God tot de heidenen zal brengen. Israël richt zichzelf niet op en herstelt zichzelf niet bij God, Israël brengt Gods heil niet naar de heidenen, maar de Messias doet dat.

De heren van ACNL vervolgen:

2.De evangelist claimt daarna; dat Mohammed (sav) nooit in contact met God heeft gestaan maar dat hij zijn openbaringen via Gabriel kreeg, als gevolg hiervan concludeert de evangelist dat de profeet (sav) niet gelijk is aan de mozes.

Ook dit klopt niet we lezen in Soerah 53 vers 10 het volgende; “and He revealed to His slave Muhammad (pbuh) that which He revealed”.

Daarnaast lezen we in de Moesnad van imam Ahmad, het volgende; “Aḥmad, the Prophet (ṣallallāhu ‘alayhi wa sallam) said, “When I went up on the journey of isrā’ wa’l-mi’rāj, Allāh gave me three things: He commanded me to pray five times a day, He gave me the last two verses of Sūrat’l-Baqarah”. De laatste twee verzen van Soerah Al Baqarah werden dus niet door Gabriel maar rechtstreeks door Allah geopenbaard aan de profeet (vrede en zegeningen zij met hem). Alvorens de evangelist een conclusie trekt moet hij zijn bronnen beter onderzoeken.

En dat is natuurlijk de tegenstrijdigheid van de Islamitische tradities. Ten eerste zegt de Koran dat niemand Allah kan zien:

En het is een mens niet gegeven dat Allah tot hem spreekt, anders dan door openbaring of vanachter een afscheiding of doordat Hij een gezant zendt die met Zijn toestemming openbaart wat Hij wil. Hij is verheven en wijs. (42:51)

En de Islamitische geleerde en lievelingsvrouw van Muhammad, Aisha, zegt precies hetzelfde. Sterker nog, Aisha veroordeelt de heren van ACNL als leugenaars:

Verteld Masruq: ‘Aisha zei, “Als iemand jou vertelt dat Muhammad zijn Heer gezien heeft is hij een leugenaar, want Allah zegt: ‘Geen blik kan Hem bereiken.’ (6.103)

En als iemand jou vertelt dat Muhammad de Onzienlijke gezien heeft, is hij een leugenaar, want Allah zegt:‘Niemand kent het verborgene, behalve Allah.’” (Sahih al-Bukhari, Deel 9, Boek 93, Nummer 477)

Het is verteld in de autoriteit van Masruq dat hij zei: Ik was aan het rusten bij (het huis van) ‘A’isha toen zij zei: Oh Abu ‘A’isha, er zijn drie didngen, en degene die ook maar een van deze dingen bevestigt heeft de grootste leugen tegen Allah verzonnen. Ik vroeg wat die waren. Ze zei: Hij die veronderstelt dat Muhammad (vzmh) zijn Heer gezien heeft (met zijn blote oog) heeft de grootste leugen tegen Allah verzonnen… (Sahih Muslim, Book 001, Number 0337)

Dus, heeft Muhammad Allah wel gezien, volgens de hadiet, of niet gezien volgens de Koran en de hadiet? De moslims van ACNL kunnen niet beide voor waarheid aanzien. Kiezen ze het eerste, dan is de Koran vals, want het ontkent dat iemand Allah kan zien. Kiezen ze het tweede dan is de Koran vals want dan is Muhammad niet de profeet als Mozes in Deut 18, echter de Koran beweert wel dat Muhammad in de Thora genoemd wordt.

De ellende houdt echter niet op voor de moslims van ACNL:

3. De evangelist claimt dat de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) geen wonderen heeft begaan. Ook hier zit de evangelist er weer naast. De edele profeet (vrede en zegeningen zij met hem) heeft met de wil en toestemming van Allah wel degelijk wonderen begaan. Enkele voorbeelden daarvan zijn dat water voortkwam uit de vingers van de profeet (vrede en zegeningen zij met hem) en dat de profeet de ogen van ali ibn Thalib (vrede zij met hem) genas. (2)

Nogmaals, het aloude probleem van de tegenstrijdigheden van de islamitische bronnen. De Koran spreekt namelijk al die zogenaamd authentieke overleveringen tegen en zegt dat het enige “wonder” dat Muhammad te doen krijgt de Koran is:

2:118 En degenen die niet weten, zeiden: “Waarom spreekt Allah niet tot ons of waarom komt er geen Teken tot ons“? Net zo spraken degenen die voor hen waren. Hun harten zijn gelijk. Voorwaar, wij hebben de Tekenen duidelijk gemaakt voor mensen met een sterk geloof.

2:145 En zelfs als jij met alle Tekenen komt naar degenen aan wie het Schrift was gegeven, dan nog zullen zij jouw gebedsrichting niet volgen. En jij zult geen volger zijn van hun gebedsrichting.

6:37 En zij zeiden: “Waarom wordt er geen Teken (wonder) van zijn Heer tot hem gezonden?” Zeg (O Mohammed): “Allah is bij machte om een Teken neer te zenden, maar de meeste van hen begrijpen het niet.”

10:20 En zij zeggen: “Waarom is er niet een Teken aan hem neergezonden van zijn Heer.” Zeg dan: “Voorwaar, het onwaarneembare behoort slechts aan Allah. Wachten jullie dan, waarlijk, ik ben met jullie één van de wachtenden.”

13:7 En degenen die ongelovig zijn, zeggen: “Waarom is er geen Teken van zijn Heer naar hem (Mohammed) neergezonden?” Voorwaar, jij bent slechts een waarschuwer en voor elk volk is er een leider (Profeet).

13:27 En degenen die ongelovig zijn, zeggen: “Waarom is er geen Teken aan hem (Mohammed) neergezonden van zijn Heer?” Zeg: “Voorwaar, Allah doet dwalen wie Hij wil, en Hij leidt naar Zich toe wie berouw toont.”

Dit zijn verzen uit de Mekka periode en de Medina periode. In beide periodes zegt Allah dat hij geen wonderen aan Muhammad gegeven heeft behalve de Koran. Hoe kunnen moslims dan zeggen dat Muhammad wonderen gedaan heeft, terwijl degene die die wonderen door hem zou hebben gedaan dit pertinent ontkent? Het is duidelijk dat de latere hadiet bronnen, ver na Muhammad en ook ver na de ooggetuigen gecompileerd, vonden dat Muhammad niet onder kon doen voor Mozes en Jezus en dus speelden zij hem wonderen toe. Maar, nee, Muhammad heeft geen wonderen gedaan.

En dus zien we dat Muhammad niet in de Bijbel voorkomt, dat de interpretatie methode die de moslims dachten te kunnen toepassen er juist voor zorgt dat Muhammad  irrelevant is en dat de Koran niet waar kan zijn, daar het beweert dat Muhammad in de Bijbel te vinden is terwijl het tegendeel waar is.

Klik hier voor deel 2 >>>