Paulus vs Muhammad (Deel IV)

Integriteit & Eerlijkheid

 

“De eerste pleiter in een rechtszaak schijnt gelijk te hebben, maar de woorden
van de wederpartij werpen pas volledig licht op de zaak.” (Spreuken 18:17)

Dit is deel IV van een serie reacties op een artikel van de website answering-christianity.nl waar de moslimschrijver probeert aan te tonen dat de apostel Paulus en de islamitische profeet Muhammad niet te vergelijken zijn en dat Muhammad overigens een beter voorbeeld is voor de mensheid dan de apostel Paulus. In deel III en III hebben we gekeken naar de roeping van beide mannen en naar de geestelijke gesteldheid van zowel Paulus als Muhammad met als doel te zien wie ons geestelijk tot een beter voorbeeld is geweest en naar wie wij derhalve beter kunnen luisteren als het gaat om ons geestelijk welzijn.

We gaan nu kijken naar het sociale aspect van de leer van beide heren. Wie geeft het beste voorbeeld en de beste aanwijzingen omtrent de omgang met mensen van binnen de gemeenschap en erbuiten?

Wederom kijken we eerst naar de apostel Paulus als morele leraar wat betreft de integriteit van de gelovige. Wanneer men de brieven van Paulus leest dan wordt het al snel duidelijk dat integriteit en eerlijkheid hoog moeten staan aangeschreven in het leven van een gelovige, volgens de apostel van Christus. De gelovige moet boven alles eerlijk zijn, te allen tijde (Colossenzen 3:9) omdat wij als christenen dienaren zijn van Degene die Zich De Waarheid en De Getrouwe noemt. Paulus leerde altijd en overal eerlijk te blijven en liet dit voorbeeld altijd zelf zien. Zo zegt hij in 2 Korintiërs 1:12 het volgende:

Wij kunnen eerlijk zeggen dat wij altijd zuiver en oprecht geweest zijn. Wij hebben rustig op de Here vertrouwd en niet op ons eigen kunnen. Dat geldt in het bijzonder voor onze omgang met u.

Omdat de eerlijkheid en integriteit van Paulus altijd in dienst van God staan, spoort hij ons ook aan alles altijd integer en eerlijk in dienst van God te doen (1 Korinthiërs 10:31, Efeziërs 4:25) en God bovenal te behagen in plaats van mensen. Zelfs vuile en onbehoorlijke taal mag onze lippen niet verlaten (Efeziërs 4:29)

Er is echter een tekst die vaak wordt geciteerd door moslims om Paulus neer te zetten als iemand die leugens goedkeurt in bepaalde contexten. Deze tekst vinden we in Romeinen 3:7 waar geschreven staat:

Maar als God meer eer ontvangt door mijn oneerlijkheid—omdat die zo schril afsteekt tegen de waarheid van God—waarom word ik dan nog als zondaar veroordeeld?

Het argument van moslims is hier dat Paulus zou zeggen dat liegen geen zonde is wanneer er iets positiefs uitkomt. Moslims komen tot deze conclusie omdat zij alleen dit vers lezen. Maar wanneer wij de tekst in zijn context lezen dan blijkt dat Paulus juist het tegenovergestelde zegt. Sterker nog, het volgende vers veroordeelt deze gedachtegang.  Hier de directe context. Let u dus vooral op vers 8:

3 Als sommigen van hen ontrouw zijn geweest, zal God daardoor dan ook ontrouw worden? 4 Nee! Ieder mens mag dan een leugenaar zijn, God is het niet, Hij spreekt altijd de waarheid. Er staat immers in de Psalmen: ‘Here, uw uitspraken zijn altijd rechtvaardig. U wint al uw rechtszaken.’ 5 Maar als onze onrechtvaardigheid de rechtvaardigheid van God bevestigt, hebben wij dán recht van spreken? Is God dus onrechtvaardig als Hij ons oordeelt? Dat is natuurlijk een menselijke gedachte! 6 Nee, God is niet onrechtvaardig! Anders zou Hij toch geen rechter van de wereld kunnen zijn. 7 Maar als God meer eer ontvangt door mijn oneerlijkheid—omdat die zo schril afsteekt tegen de waarheid van God—waarom word ik dan nog als zondaar veroordeeld? 8 Sommigen laten ons zeggen: doe het kwade dan maar, opdat het goede daaruit voortkomt. Deze mensen verdienen het oordeel.

Paulus speelt hier een soort van advocaat van de duivel door middels een vraag-en-antwoord methodiek potentiële vragen te beantwoorden om Gods trouw en rechtvaardigheid te belichten. De vraag in vers 7 is juist iets waarvan Paulus zegt dat onterecht wordt beweerd over hem en zijn medegelovigen en Paulus zegt dat degenen die de filosofie van vers 7 erop nahouden juist het oordeel van God verdienen. Romeinen 3 vers 7 is dus geen bewijs dat Paulus liegen goedkeurde, ook niet om er iets goeds uit te laten komen.

Het ironische is dat moslims ook hier weer met twee maten meten. Zij klagen Paulus aan, zoals net gezien onterecht, om hem te veroordelen dat hij het liegen om iets positiefs te bereiken zou promoten. Maar laat dit nou precies hetgeen zijn dat hun profeet Muhammad wel als iets goeds zag en zo ook leerde. In de overleveringen van Muhammad zien we dat hij in bepaalde gevallen keihard liegen aanspoorde om er iets goeds uit te laten voortkomen:

Verteld door Um Kulthum bint Uqba: Dat zij Allahs Apostel hoorde zeggen, “Hij, die vrede maakt tussen mensen door goede informatie te verzinnen of goede dingen te zeggen, is geen leugenaar. (Sahih Al Bukhari 49:857)

Het doel heiligt dus de middelen volgens Muhammad. En ook wanneer hij iemand dood wilde hebben, liet hij zijn metgezellen liegen om het voor elkaar te krijgen:

Verteld door Jabir bin ‘Abdullah: Allah’s Apostel zei, “Wie is bereid Ka’b bin Al-Ashraf te doden, die Allah en zijn apostel heeft gekwetst?” Hierop stond Muhammad bin Maslama op en zei, “Oh Allahs Apostel! Wil je dat ik hem doodt?” De Profeet zei, “Ja”, Muhammad bin Maslama zei, “Dan sta mij toe om (valse) dingen te zeggen (d.w.z. om Ka’b te misleiden),” De Profeet zei, “Je mag het zeggen.” (Sahih Bukhari, Volume 5, Boek 59, Hadith 369)

Er zijn volgens Muhammad drie gevallen waarbij moslims gewoon glashard mogen liegen:

Humaid b. ‘Abd al-Rahman b. ‘Auf vertelde dat zijn moeder Umm Kulthum … hoorde dat Allahs boodschapper zei: Een leugenaar is niet iemand die verzoening probeert te brengen tussen mensen en goed spreekt (om een geschil te vermijden), of hij vertelt goed. Ibn Shihab zei dat hij gehoord heeft dat geen vrijstelling is voor wat dan ook voor mensen om een leugen te vertellen behalve in drie gevallen: In de strijd, om verzoening tussen mensen te bewerken en het vertellen van woorden van een man naar zijn vrouw en het vertellen van de woorden van een vrouw naar haar man (in een verdraaide vorm om verzoening tussen hen te bewerkstelligen). (Sahih Muslim, Boek 32, Hadith 6303)

We zien duidelijk dat Muhammad juist datgeen doet en goedkeurt waarvan moslims Paulus hebben proberen te beschuldigen in Romeinen 3. Moslims vinden dit blijkbaar een kwalijke praktijk, want zij trachtten de apostel Paulus voor deze praktijk aan te klagen en zijn betrouwbaarheid te ondermijnen. Maar daarmee ondermijnen ze juist de betrouwbaarheid van hun eigen profeet, een veroordeling die in deze wel terecht blijkt te zijn.

Maar hier houden de problemen nog niet op voor moslims. Muhammad zijn openbaring, de Koran, bevat ook een leer genaamd Taqiya, Arabisch voor “verbergen”, waarbij je mag liegen om jouw ware intenties te verbergen en zodoende jouw leven te redden als je denkt in levensgevaar te zijn of om de promotie van de Islam verder te helpen. Wat betrouwbaarheid en integriteit betreft is dit misschien wel de meest verdachtmakende en betichtende leer in welke religie dan ook. Wij vinden dit fenomeen in Soera 3:28:

Laten de gelovigen niet de ongelovigen in plaats van de gelovigen als beschermers nemen, en degene die dat doet heeft niets meer met Allah te maken, behalve wanneer jullie hen (de ongelovigen) angstig vrezen. En Allah waarschuwt jullie (voor) Zijn (bestraffing). En tot Allah is de terugkeer.

In de Tafsir van Ibn Kathir, de uitleg van de meest gebruikte klassieke Tafsir die moslims gebruiken, lezen we de volgende verklaring van hoe dit vers geimplementeerd dient te worden door moslims. Het werd immers ook op die manier door Muhammad en zijn kompanen geïmplementeerd:

(unless you indeed fear a danger from them) meaning, except those believers who in some areas or times fear for their safety from the disbelievers. In this case, such believers are allowed to show friendship to the disbelievers outwardly, but never inwardly. For instance, Al-Bukhari recorded that Abu Ad-Darda’ said, “We smile in the face of some people although our hearts curse them.” Al-Bukhari said that Al-Hasan said, “The Tuqyah is allowed until the Day of Resurrection.”

Wederom zien we dat liegen is toegestaan. Moslims mogen dus, volgens Soera 3:28 voor de buitenwereld wel doen alsof zij ongelovigen mogen, maar het is moslims niet toegestaan om innerlijk enige affectie of vriendschap jegens de ongelovige te voelen. De kompaan van Muhammad legt uit hoe zij dit fenomeen implementeerden: met mensen lachen als uiterlijk vertoon, maar van binnen hen verachten en vervloeken. Met zo een leer in het arsenaal, weten wij dus nooit wanneer een volger van deze ideologie ooit de waarheid vertelt. Hoe is iemand met zo een mandaat ooit nog te vertrouwen?

Conclusie:

Het wordt een beetje een eentonig verhaal, maar ook als we kijken naar de eerlijkheid en integriteit van Paulus en Muhammad zien wij dat de apostel Paulus weer beter uit de bus komt. Moslims dachten in al de leringen van Paulus een tekst te hebben gevonden waar bij ze hem hadden kunnen profileren als een onbetrouwbaar persoon. Maar in die tekst is het juist Paulus die de leugen om iets positiefs te bewerkstelligen ontkracht en zo Muhammad veroordeelt, die het kwade doen om iets goeds te bewerkstelligen als zijnde positief promoot.

Gods Zegen voor een ieder die dit artikel leest. Met dank aan de Heer,

die alle dingen mogelijk maakt

In Jezus Naam

Deo Volente NL