Paulus vs Muhammad (Deel III)

“Satan wierp op zijn tong”

 

“De eerste pleiter in een rechtszaak schijnt gelijk te hebben, maar de woorden
van de wederpartij werpen pas volledig licht op de zaak.” (Spreuken 18:17)

Dit is deel drie van de serie waarbij er wordt gereageerd op het artikel genaamd “Valt Paulus te vergelijken met de edele profeet?” op de website answering-christianity.nl waarbij de vergelijking tussen Paulus en Muhammad onder drogredenen uit de weg wordt gegaan. We hebben in deel I gekeken naar de roeping van Paulus en Muhammad. In deel II keken we naar de geestelijke gesteldheid van de beide heren. We hebben toen gezien hoe Muhammad door de mand viel door het feit dat hij onder de invloed van satanische zwarte magie heeft gestaan. Nu gaan we kijken naar misschien wel het meest gênante gegeven uit het leven van Muhammad dat wij in verscheiden Islamitische bronnen tegenkomen.

Muhammad brengt de Satanische Verzen

Wellicht de meest schandelijke en voor moslims gênante gebeurtenis in het leven van hun profeet is het geval van de Satanische Verzen. Dit voorval legt in groot detail vast hoe Muhammad in verlegenheid wordt gebracht door een openbaring van Satan voor te leggen als een openbaring van Allah en wat zelfs in de Koran terecht is gekomen, om even later ook weer te verdwijnen. Maar het kwaad was al geschied en het staat voor altijd genoteerd op het conto van de profeet van de Islam.

Laten we nu kijken naar hoe het verhaal van de Satanische Verzen in de Islamitische bronnen wordt weergegeven. Omdat de bronnen er zo veel en uitgebreid zijn, zal er een selectie moeten worden gemaakt uit de bronnen die het vermelden. Zo voorkomen we dat het een heel boekwerk wordt. Want zo talrijk en uitgebreid zijn de islamitische bronnen nu eenmaal aangaande dit onderwerp. We beginnen met de bron die Berkan Kucuk ook op zijn website gebruikt. Het is zoals gezegd een uitgebreid stuk, maar het geeft wel een goed beeld van wat er volgens de islamitische traditie heeft afgespeeld en hoe Muhammad de boodschap van Satan communiceerde. Onder het veelzeggende kopje “SATAN WERPT EEN VALSE OPENBARING OP DE TONG VAN GODS BOODSCHAPPER” schrijft de Islamitische geleerde en historicus Al Tabari het volgende in zijn Tarich (historie):

TABARI deel 6, blz 107 –

De Boodschapper van God was begerig voor het welzijn van zijn volk en wenste voor een verzoening te zorgen met hen op welke manier hij ook kon. Er werd gezegd dat hij een manier wilde vinden om dit te doen en wat er gebeurde was als volgt.

Ibn Humayd – Salamah-Muhammad b. Ishaq – Yazid b. Ziyad al-Madani – Muhammad b. Ka’b al-Qurazi: Toen de boodschapper van God zag hoe zijn stam hun ruggen tot hem wendden en bedroefd was hen de boodschap te zien schuwen die hij hen van God bracht, verlangde hij in zijn ziel dat er iets tot hem zou komen van God dat hem zou verzoenen met zijn stam. Met zijn liefde voor zijn stam en zijn begeerte voor hun welzijn had het hem een plezier gedaan als enigen van de moeilijkheden die zij hem hadden bezorgd konden worden gladgestreken, overlegde hij in zichzelf en verlangde vurig naar zo een afloop. Toen openbaarde God: (171)


“Bij de ster wanneer zij valt,
Uw metgezel is noch afgedwaald noch afgeweken, Noch spreekt hij naar eigen begeerte, Het is slechts de Openbaring die wordt nedergezonden…


En toen kwamen de woorden:


Hoe zien jullie dan al-Laat en al-‘Oezza, en Manaat, de derde, de andere?”


Satan wierp op zijn tong
, vanwege zijn innerlijke overleggingen en wat hij verlangde tot zijn volk te brengen, de woorden:


“Deze zijn de hoog vliegende kraanvogels; waarlijk hun bemiddeling is met goedkeuring geaccepteerd. (172)

Toen de Quraish dit hoorden, verblijdden zij zich en waren gelukkig en uitzinnig op de manier dat hij over hun goden sprak en zij luisterden naar hem, terwijl de moslims, volledige vertrouwen in hun profeet hebbende aangaande de boodschap die hij van God bracht, hem niet verdachten van missers, illusies of fouten. Toen het tijd was te buigen, de Soera volbracht hebbend, boog hijzelf neer en de moslims deden het ook, hun profeet volgende, vertrouwend in de boodschap die hij had gebracht en volgden zijn voorbeeld op. De politheisten van de Quraish en anderen die in de moskee waren (173) bogen zich eveneens vanwege de eer aan hun goden die zij hadden gehoord zodat er niemand in de moskee was, gelovige of ongelovige, die zich niet gebogen had. De ene uitzondering was Al-Walid b. Al-Muqhirah, die een hele oude man was en zich niet kon buigen; maar hij nam een handjevol aarde van de vallei in zijn hand en boog over dat. Toen verlieten zij allemaal de moskee.

De Quraish waren verheugd bij het noemen van hun goden die zij gehoord hadden, zeggende “Muhammad heeft onze goden in de meest gunstig mogelijke manier genoemd, zeggend in zijn recitatie dat zij de hoog vliegende kraanvogels zijn en dat hun bemiddeling is ontvangen met goedkeuring.”

Het nieuws van de buiging bereikte de metgezellen van de boodschapper van God die in Ethiopië waren en zij zeiden “de Quraish hebben Islam geaccepteerd.” Sommigen keerden terug terwijl anderen achterbleven. Toen kwam Gabriel tot de boodschapper van God en zei “Muhammad, wat heb je gedaan? Je hebt tot de mensen gereciteerd wat ik je niet van God gebracht heb en jij hebt gezegd wat niet tot jou gezegd was. Toen was de boodschapper van God erg bedroefd en had grote vrees van God, maar God stuurde een openbaring tot hem, want Hij was heb genadig, stelde hem gerust en verlichtte de zaak voor hem, informeerde hem dat hij net als andere profeten en boodschappers was en openbaarde:


En Wij hebben voor jouw tijd geen gezant of profeet gezonden zonder dat de satan hem, wanneer hij iets wenste, iets [om] volgens zijn wens [voor te lezen] had ingegeven. Maar Allah schaft af wat de satan ingeeft en dan stelt Allah Zijn tekenen eenduidig vast. Allah is wijs en wetend.”
(174)

Zo verwijderde God het verdriet van zijn boodschapper, stelde hem gerust over wat hij vreesde en annuleerde de woorden die Satan op zijn tong had geworpen, dat hun goden de hoog vliegende kraanvogels waren wiens bemiddeling met goedkeuring geaccepteerd was. Hij openbaarde het nu als volgt “al-Laat en al-‘Oezza, en Manaat, de derde, de andere?” met de woorden “Zijn voor u de mannelijke wezens en voor Hem de vrouwelijke? Dat is dan een onrechtvaardige verdeling; Dit zijn slechts namen die u uitgedacht heeft – u en uw vaderen” tot de woorden “aan wie Hij wil en wie Hem behaagt.”

Dit betekent: hoe kan de bemiddeling van hun goden van belang zijn bij God? Toen Muhammad een openbaring van God bracht, waarmee hij annuleerde wat Satan op de tong van zijn profeet had geworpen, zeiden de Quraish “Muhammad heeft zich afgewonden van wat hij had gezegd omtrent de positie van jullie goden bij God en hij heeft het veranderd en iets anders gebracht.” De twee zinnen die Satan op de tong van de boodschapper van God geworpen had werden genoemd door iedere polytheist en zij werden zelfs nog onvriendelijker en gewelddadiger in hun vervolging van die Islam hadden geaccepteerd en de boodschapper van God volgden.

Tabari citeert ook een volgende overlevering:

…Al-Qasim b. Al-Hasan – al Husayn b. Daud – Hajja – Abu Mashar – Muhammad b. Kab al-Qurazi en Muhammad b. Qays:

De boodschapper van God zat in een grote vergadering van de Quraish, wensend dat geen openbaring tot hem zou komen van God die hen verder van hem zou kunnen verwijderen. Toen openbaarde God “Bij de ster wanneer zij valt, Uw metgezel is noch afgedwaald noch afgeweken…

En de boodschapper van God reciteerde het totdat hij kwam bij:

“Hoe zien jullie dan al-Laat en al-‘Oezza, en Manaat, de derde, de andere?”

Toen Satan twee zinnen op zijn tong wierp:

“Deze zijn de hoog vliegende kraanvogels; waarlijk hun bemiddeling is met goedkeuring geaccepteerd”

Hij noemde hen en voltooide de Soera. Toen hij zichzelf boog op het einde van de Soera, boog de hele gezelschap zich met hem. Al-Walid v. Al-Mughirah hief wat stof tot zijn voorhoofd en kantelde zich daarover, want hij was een hele oude man en kon zich niet buigen. Zij waren tevreden met wat Muhammad geuit had en zeiden “we erkennen dat het God is die over leven en dood beschikt, die creëert en voorziet van voedsel, maar als deze goden van ons voor ons bemiddelen bij hem en als jij hen hun deel geeft, dan sluiten we bij je aan.”

Die avond kwam Gabriel tot hem en nam de Soera met hem door en toen hij de twee zinnen bereikte die Satan op zijn tong had geworpen zei hij, “Deze twee heb ik niet tot jou gebracht.” Toen zei de boodschapper van God, “Ik heb dingen verzonnen tegen God en hem woorden toegeschreven die hij niet gesproken heeft.

Toen openbaarde God tot hem:

“En zij hadden u bijna afgewend van wat Wij aan u geopenbaard hadden, zodat u iets anders over Ons verzonnen zou hebben…”

Tot de woorden:

En u zou dan geen beschermer tegen Ons vinden” (177)

Hij bleef zwaar ontmoedigd en bezorgd tot de openbaring van het vers:

En Wij hebben voor jouw tijd geen gezant of profeet gezonden… tot de woorden … Allah is wijs en wetend.” (178)

Toen zij die naar Ethiopië geëmigreerd waren hoorden dat al de mensen van Mekka de Islam hadden geaccepteerd, keerden zij terug naar hun stammen, zeggende, “Zij zijn ons veel dierbaarder”; maar zij kwamen erachter dat de mensen zich hadden bedacht toen God had geannuleerd wat Satan op de tong van de boodschapper van God had geworpen.”

Tot zover Al Tabari. Hier volgt een kleine opsomming van wat zich heeft afgespeeld:

  1. Muhammad verlangde naar een openbaring die hem en de mensen van zijn stam bij elkaar zou brengen
  2. Dit verlangen leidde ertoe dat Muhammad Soera An Najm citeerde, waarbij de Satan de openbaring van Allah wist te verstoren en Muhammad de woorden van Satan aanzag voor de woorden van Allah
  3. Iedereen, zowel moslim als niet-moslim, boog neer in aanbidding na het voltooien van dat hoofdstuk. De moslims hadden geen erg in de misser van Muhammad en de mensen van Mecca waren in de wolken dat Muhammad eindelijk hun goden had geëerd.
  4. Muhammad werd later door Gabriel terechtgewezen en zij concludeerden dat Muhammad een openbaring had verzonnen en die aan Allah had toebedeeld, terwijl het van Satan kwam.
  5. Allah openbaarde een Koran vers om Muhammad gerust te stellen dat hij niet de enige was die dit overkwam en deed daarmee teniet wat Satan had aangericht

Ik hoef niemand te vertellen hoe vernietigend dit verhaal is voor de profetische ambities van Muhammad. Niet het onderscheid kunnen maken tussen een openbaring van God en een openbaring van Satan is behoorlijk problematisch om het op zijn zachtst te zeggen. En hier hebben moslims hun eeuwige hoop op gevestigd en hun eeuwige ziel aan toevertrouwd. Zoals al gezegd, dit verhaal is wijd verspreid in de Islamitische bronnen te vinden. Ook in de zogenoemde authentieke hadiet collectie van Bukhari zien we een verwijzing naar dit verhaal, al is het een behoorlijk opgeschoonde versie:

Verteld door ‘Abdullah bin Masud: de profeet reciteerde Soerat-an-Najm (53) en boog zich neer terwijl hij het reciteerde en al de mensen bogen en een man onder de mensen nam een handvol stenen of aarde en hief die tot zijn gezicht en zei “Dit is toereikend voor mij”. Later zag ik hem gedood worden als een ongelovige. (Sahih al-Bukhari, Deel 2, Boek 19, Nummer 176; zie ook Nummer 173)

Verteld door Ibn Abbas: De profeet boog zich terwijl hij An-Najm reciteerde en met hem bogen de moslims, de heidenen, de jinns en alle mensen. (Sahih al-Bukhari, Deel 2, Boek 19, Nummer 177)

De raakvlakken met het verslag van Al Tabari zijn helder. Ook het feit dat de man een handvol stenen pakte en daarover zijn gezicht boog vanwege zijn oude leeftijd vinden we in het verslag van Al Tabari terug. Laat Soera An Najm nou toevallig het hoofdstuk zijn dat Muhammad reciteerde toen hij de afgoden van de mensen van Mekka eerde en iedereen met hem boog. Het is nogal logisch dat de moslims met hem neerbogen, immers hij is hun profeet. Maar wat denk je dat de reden is dat de niet-moslims, die een afkeer hadden voor Muhammad’s constante beledigingen van hun afgoden, zich juist hier samen met de moslims verenigden in aanbidding? Probeer maar met een andere verklaring hiervoor te komen behalve de Satanische Verzen, zoals wij dit gelezen hebben in het verslag van Al Tabari.

Zo lezen we ook in de verschillende Tafsirs (Korancommentaren) van Al Jalalayn, Ibn Abbas, Al Zamakhshari en zo een hele reeks aan Islamitische geleerden ongeveer het volgende wanneer wij de uitleg van Soera Al Hajj erbij halen:

En Wij hebben voor jouw tijd geen gezant of profeet gezonden (rasūl) — dit is een profeet die is opgedragen om een boodschap te bezorgen – of profeet (nabī) — iemand die niet is opgedragen iets te bezorgen – maar toen hij reciteerde [het Schrift] wierp Satan iets in zijn recitatie, dat niet van de Koran is, maar wat zij, tot wie hij [de profeet] gezonden is, prettig zouden vinden. De profeet (s) had, tijdens een samenkomst van de [mannen van] Quraish, na het reciteren van [het volgende vers uit] surat al-Najm, Hoe zien jullie dan al-Laat en al-‘Oezza, en Manaat, de derde, de andere? [53:19-20], toegevoegd, als gevolg van dat Satan deze op zijn tong geworpen had zonder dat hij [de profeet] zich ervan bewust was, [de volgende woorden]: ‘Deze zijn de hoog vliegende kraanvogels (al-gharānīq al-‘ulā); waarlijk hun bemiddeling is met goedkeuring geaccepteerd’, en dus waren zij [de mannen van Quraish] hierover verblijd. Gabriel, echter, informeerde hem [de profeet] later hierover dat Satan iets op zijn tong had geworpen en hij was er verdrietig over; maar was [daarop volgend] gerustgesteld met het volgende vers dat hij berust mag zijn [van Gods genegenheid]; Daarmee annuleert, doet God teniet, wat Satan geworpen heeft, dan bevestigt God zijn openbaringen. En God is de Weter, van wat Satan werpt van wat er genoemd is, Wijs, in zijn mogelijk maken dat hij [Satan] zulke dingen doet, want hij doet wat hij wilt. (Bron)

Ibn Kathir plaatst in zijn Tafsir kanttekeningen bij de authenticiteit van dit verhaal, maar kan er gewoon niet omheen wanneer hij vers 52 van Soera 22 behandelt en moet er vermelding van maken. Hij begint zijn uitleg dan ook met de volgende woorden met de veelzeggende titel:

“Hoe de Shaytan Leugens in de woorden van de boodschapper wierp, en hoe Allah dat teniet deed”

Bij dit geval noemden vele geleerden van Tafsir het verhaal van de Gharaniq en hoe velen van hen die naar Ethiopië waren geëmigreerd terugkwamen toen zij dachten dat de afgodendienaars van de Quraish moslim waren geworden, maar deze verslagen komen door een Moersal ketting van overleveringen en ik denk niet dat enige van hen als Sahih mag worden geacht. En Allah weet het best. Al Bukhari zei, “Ibn ‘Abbas zei, (in zijn recitatie (van de openbaring).) “Toen hij sprak, de Satan (enige leugens) in zijn spraak wierp, maar Allah deed teniet wat de Satan wierp.” (Tafsir Ibn Kathir, 22:52)

Dit vers is niets anders dan een regelrecht gevolg van het verslag van de Satanische Verzen, waarin wordt beweerd dat Muhammad hiermee zou zijn gevrijwaard.  Moersal wil overigens zeggen dat het wel een complete ketting van overleveraars kent, maar dat de ketting niet tot een Sahabi (metgezel van Muhammad) terug te traceren is, maar tot een Tabi’i (een opvolger van de metgezellen van Muhammad).

Omdat dit zo een zware molensteen om de nek van de Islamitische profeet is, hebben vooral moslim apologeten de taak op zich genomen om dit verhaal als verzonnen te bestempelen en anderen ervan te overtuigen dit verhaal niet serieus te nemen. Zij hebben daarbij alles op alles gezet. Het probleem is echter dat deze gebeurtenis veelvuldig en in de vroegste Islamitische bronnen te vinden is. Dit zijn geen christelijke bronnen, noch zijn het joodse bronnen die Muhammad in een kwaad licht willen zetten of iets dergelijks. Het zijn Islamitische bronnen, door moslims en voor moslims opgetekend!

Het is behoorlijk ongeloofwaardig te stellen dat de eerste generaties moslims zichzelf zo een belastend verhaal zouden laten aansmeren door buitenstanders of zelf zouden verzinnen, met als doel om Muhammad hetzij “goed” uit de bus te laten komen, hetzij in verlegenheid te brengen. Geen van deze opties zijn plausibel of houdbaar, zeker als wij erbij stil staan dat er maar liefst tussen de 18 en 25 bronnen (volgens sommigen zelfs 37 bronnen!) zijn in de Islamitische literatuur van de eerste 2 eeuwen waarnaar dit werk te traceren is. Daarvan voldoen 3 kettingen (isnad) van overleveraars, volgens de prominente Islamitische geleerde Ibn Hajar Al Asqalani, aan de eis van authenticiteit.

Buiten dat, zegt Al Asqalani dat al zouden deze verslagen allemaal als Moersal worden geclassificeerd dan nog zou het collectieve gewicht van al deze Moersal verslagen alsnog een aanwijzing zijn voor de authenticiteit van dit verhaal. En dus kunnen we moeilijk anders concluderen dan dat de Satanische Verzen werkelijk van de lippen van Muhammad de wereld in zijn gerold en is dit de enige plausibele verklaring van het ontstaan en instandhouding ervan.

(Dit rapport verschijnt in de verslagen van Al-Tabari en in sommige andere historische werken en zouden mogelijk een feit zijn. …(Hier wordt in het laatste gedeelte van het verslag verteld dat het verhaal dat, eens, met uitzondering van een paar ongelovigen, al de mensen en Jinnies [sic] zich bogen met de Heilige Profeet, correct is, zoals gerapporteerd in de Sahih van al-Bukhari, hoofdstuk, Commentaar op SURA, al-NAJM).” De rest van het verhaal is duidelijk een absurde mythe dat geen commentaar verdient. De meeste van de grote traditionalisten, bijvoorbeeld al-Baihaqi, Qadi ‘Iyad, al-‘Aini, al-Mundhiri en al-Nawawi hebben het als zijnde vals en verzonnen verklaard. Maar jammer genoeg hebben vele traditionalisten het opgetekend met verwijzing naar de ketting van overleveraars. Onder hen zijn de bekenden zoals: al-Tabari, Ibn Abi Hatim, Ibn al-Mundhir, Ibn Mardauyah, Ibn Ishaq, Musa ibn ‘Uqba, and Abu Ma’shar. Het is dan ook vooral vreemd dat Ibn Hajar, een gerenomeerde autoriteit van tradities erop staat dat het verhaal waar is en zegt, “Zoals we hierboven hebben vermeld, drie van de kettingen van overleveraars voldoen aan de conditie benodigd voor een authentieke verslag. Deze verslagen zijn, echter, allemaal ‘Moersal’ tradities en zij die de ‘Mursal’ tradities geloven mogen op basis daarvan de zaak beargumenteren.” (Sirat-un-Nabi (The life of the Prophet), by Allama Shibli Naumani, renderings into English by M. Tayyib Budayuni [Islamic Bookstore, New Delhi, 2001], Volume 1, pp. 217-218; underline emphasis ours)

En:

[Toen vervolgde al-Tabari met het vertellen van de verslagen erover, allemaal zwak, maar het collectieve gewicht ervan wijst naar de authenticiteit ZOALS GEZEGD DOOR IBN HAJAR in Fath al-Bari (zie onder).] 7. Ibn Hajar in Fath al-Bari, 1959 ed. vol. 8: Bron) (toelichting: de beheerders van deze bron hebben recentelijk een deel van bovenstaande citaten weggehaald.)

Als we de ontwikkelingen van de meningen van de islamitische geleerden omtrent de Satanische Verzen volgen vanaf de vroegste stadia tot aan de latere eeuwen binnen de Islam, dan zien we dat de eerste generaties dit verhaal niet als een probleem zag voor de profetische carriere van Muhammad. Zijn profetische misser en zijn daarop volgende geruststelling en herstel door Allah was voor hun juist bewijs dat Muhammad een echte profeet was. Echter, latere moslims zagen het probleem van de Satanische Verzen, vooral door de ontwikkeling van de islamitische doctrine van ‘isma (onfeilbaarheid) en ook in hun interactie met Christenen, die Jezus als de smetteloze Zoon van God presenteerden, waarbij Muhammad, juist als hij de Satanische Verzen werkelijk gesproken heeft, compleet tekort schiet en geheel verbloemt. En dus doen moslims tegenwoordig hun uiterste best om dit verhaal van de Satanische Verzen te negeren en zichzelf van enige cognitieve dissonantie te kunnen ontdoen door te doen alsof het nooit gebeurd is. Het verhaal is echter, zoals vele Islamitische geleerden zeggen, te wijd verspreid onder de Islamitische bronnen en wordt geaccepteerd door vrijwel alle vroege islamitische geleerden in de eerste paar eeuwen van de Islam om het zomaar onder het tapijt te kunnen schuiven. Het verhaal van de Satanische Verzen loopt simpelweg via te veel wegen naar Muhammad om te opperen dat het geen enkele basis zou hebben in de historie.

En tot deze conclusie komt ook de Islamitische geleerde Ibn Taymiyya, ook wel Sjeikh ul-Islam genoemd en geliefd onder Salafistische moslims. Ibn Taymiyya geloofde wel in het principe van ‘Ismat anbiya’ (de onfeilbaarheid van de profeten), maar geloofde dat dat principe betekende dat de profeten niet volhardden in hun fouten, niet dat ze geen fouten konden maken. In zijn werk accepteert en verdedigt Ibn Taymiyya consequent de historische basis van de Satanische Verzen en ziet het juist als bewijs voor Muhammads profetische roeping (het wordt hier een beetje technisch, maar voor de aandachtige lezer zal onderstaande informatie behoorlijk waardevol blijken):

They say: The reports in explanation of this verse in the books of tafsir and hadith are well-known and reliable and the Quran is in agreement with these reports. For God’s abrogation of what Satan casts and His establishing His Signs [ayat] is precisely so as to remove what has fallen into his ayat and is to distinguish Truth from Falsehood so that His ayat are not confused with anything else: while the making of that which Satan cast as “a trial for those in whose hearts there is sickness and for those whose hearts are hardened” can only happen if what was cast was something external which the people heard and not something internal of the soul … (Shahab Ahmed, Ibn Taymiyya and the Satanic Verses, blz 76-77, citaat uit Majmu’ fatawa Shaykhi ‘l-Islam Ahmad ibn Taymiyyah, …Riyad: Matabi al-Riyad, 1381-86/1962-66, 10:290-292)

En ook:

If marasil (meervoud van mursal) are transmitted by a number of chains of transmitters and these reports are free of the possibility of having been fabricated through deliberate collusion or of agreeing without deliberate design, then they are indubitably sound [kanat sahihatan qatan] … If the Hadith has been transmitted by two or more chains and it is known that the transmitters did not collude in its fabrication, and it is also known that such reports could not agree with each other by chance and without deliberate design, then it becomes known that the Hadith is sound [sahih]. (Shahab Ahmed, Ibn Taymiyya and the Satanic Verses, blz 80, citaat Ibn Taymiyya uit Muqaddimah fi usuli ‘l-tafsir, Damascus: Dar al-Athar al-Wataniyyah, 1936, p. 15-16)

Shahab Ahmed somt het argument van Ibn Taymiyya tegen de authenticiteit van de Satanische Verzen als volgt op, op blz 84 van zijn Doctrinale Thesis:

Unlike the majority of jurists, he does not stipulate that a Hadith must be transmitted by a specific number of riwayahs in order for it to considered mutawatir, nor that the transmissions agree in wording. For him, if the information in question has been widely accepted as true by the early community, then the transmission is considered mutawatir. This is so even if the reports disagree in wording but agree in meaning in which case the transmission is deemed “ma tawatara mana-hu” (a transmission the meaning of which is established by common or recurrent transmission). (43)Ibn Taymiyyah points out that acceptedly [sic] sahih Hadiths also disagree on the details: “If someone transmits a long story with all sorts of things in it, and someone else transmits it in a similar manner to the first person without having colluded with him; then the whole story cannot be an error, just as the whole story cannot be a lie. Rather, an error may enter such a transmission in some part of the story such as is the case with the Prophet’s (Peace and Preservation be upon him!) purchase of a camel from Jabir. Anyone who contemplates its chains of transmission will know categorically that the Hadith is sound [sahih], even though the transmitters disagree over the price (of the camel)…”; see Muqaddimah fi usuli ‘l-tafsir, Damascus: Dar al-Athar al-Wataniyyah, 1936, p. 17. (Shahab Ahmed, blz 84-85)

Nogmaals, dit verhaal is uitsluitend te vinden in (en de wereld ingerold vanuit) de vroegste Islamitische bronnen! Wanneer men dus stelt dat dit verhaal niet te vertrouwen is, massaal door de eerste generaties moslims is verzonnen en zij derhalve een stel onbetrouwbare leugenaars zijn geweest, is een dikke streep door de rekening van alle Islamitische kennis die moslims pretenderen te bezitten. Want het maakt meteen alle andere bronnen verdacht. Oftewel: dit is een onmogelijke positie voor iedere serieuze student van de islamitische literatuur.

En alsof de ellende maar niet ophoudt voor moslims volgt hier nog een saillant detail dat we terugvinden in de Koran. We hebben in het vorige deel van deze serie al gezien dat Muhammad onder de invloed van satanische magie was. In dit deel hebben we gezien hoe hij een boodschap van de Satan doorgaf aan zijn volgelingen. Maar als we de Koran moeten geloven heeft de Satan geen invloed op hen die op Allah vertrouwen:

16:98-100 En wanneer jullie de Kuran lezen: zoek dan de bescherming van Allah tegen de vervloekte Satan. Voorwaar, hij heeft geen gezag over degenen die geloven en hun Heer vertrouwen, Voorwaar, hij heeft alleen gezag over degenen die hem als beschermer nemen en (over) degenen die deelgenoten aan Hem toekennen.

Maar we lezen net dat Satan wél invloed had op Muhammad. Als dit vers in de Koran dus waar is, dan is Muhammad óf iemand die deelgenoten aan Allah toekent, óf iemand die Satan als beschermer neemt. Hoe kan iemand Muhammad nu nog vertrouwen als geestelijk leider? En hij moet nota bene de profeet der proferen voorstellen!

De Satanische Verzen zijn niet alleen problematisch met betrekking tot Soera 16:98-100. Nog belangrijker is dat het ook Bijbels gezien vernietigend is voor Muhammad dat hij beweerde een profeet te zijn in lijn met de vorige profeten. Want als hij volgens het criterium van die vorige profeten moet worden geoordeeld, doemt de volgende veroordeling van Muhammad op:

Maar een profeet, die overmoedig genoeg is om in Mijn Naam een woord te spreken, dat Ik hem niet gebood te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt – die profeet zal sterven. (Deuteronomium 18:20)

Dit vers is extra gênant voor moslimapologeten omdat zij, wanneer ze Muhammad in de Bijbel willen vinden, Deuteronomium 18:18 citeren als gaande over Muhammad. We hebben hier al gezien dat Deuteronomium 18:18 niet over Muhammad kan gaan. Maar als we een vers zoeken dat Muhammad als gegoten past, dan moeten we toch echt twee verzen later kijken in het zojuist geciteerde vers 20.

De Bijbel bewijst dus niet dat Muhammad een echte profeet was. De Bijbel bewijst dat hij een valse profeet was. Zoals Muhammad over zichzelf gezegd heeft “Ik heb dingen verzonnen tegen God en hem woorden toegeschreven die hij niet gesproken heeft”, echt gesproken alsof hij Deuteronomium 18:20 zelf in gedachte had, waarmee hij zichzelf onmiskenbaar veroordeelt en diskwalificeert als een ware profeet.

Conclusie: als wij de geestelijke gesteldheid van Paulus en Muhammad dan ook hier naast elkaar leggen dan zien we dat Paulus standvastig was in de overlevering van zijn boodschap, hij kon zonder problemen de het verschil identificeren tussen Gods openbaringen en de verdraaiingen van de Satan. Derhalve is er geen enkele reden om de geestelijke gesteldheid van Paulus in twijfel te trekken.

Echter, als we kijken naar de geestelijke gesteldheid van Muhammad zien we dat er nogal wat schort aan zijn betrouwbaarheid en dan druk ik mij nog zachtjes uit: al mocht hij de beste bedoelingen hebben gehad, hij was niet stabiel, kon niet het verschil identificeren tussen een openbaring van Allah en een openbaring van de Satan, was onder Satanische machten door middel van zwarte magie en staat volgens Soera 16:98-100 veroordeeld als shirk-pleger c.q. een dienaar van de Satan. Om die reden moeten wij serieuze vraagtekens zetten bij zijn kwalificaties als geestelijk leider van hen die God in waarheid zoeken.

Gods Zegen voor een ieder die dit artikel leest. Met dank aan de Heer,
die alle dingen mogelijk maakt.

In Jezus Naam

Deo Volente NL