Het debat in De Balie over de toekomst van Islam in Nederland was geen debat, terwijl we daar toch met z’n allen een kaartje voor hadden betaald. Het was veel te informeel en daardoor meer een gespannen gesprek. Er was direct een botsing tussen de normen en waarden van de sprekers zichtbaar. Het ene kamp (kamp Jansen) was te warrig en direct om respect af te dwingen en de twee moslims vonden het vooral belangrijk om het publiek te bespelen met lichaamstaal en recalcitrante opmerkingen en zo hun minachting voor de opponent(en) te uiten. Ik neem de drie sprekers even met u door.

Okay Pala
Deze moslim activist was van meet af aan vijandig en stond niet open voor de vragen van zijn opponenten. In plaats van te antwoorden trok hij het motief van de vraagsteller meerdere keren openlijk in twijfel. Daar werd de sfeer niet beter van. Gratis advies aan Pala: Mediatraining. Hij vertolkte nu slechts het stereotype van een chronisch chagrijnige moslim die geen zin heeft om naar het geblaat van een kaffir te luisteren.

Inhoudelijk heb ik hem horen zeggen dat hij niet voor de implementatie van de Sharia in Nederland werkt maar slechts, via zijn politieke organisatie, de belangen behartigt van de Islamitische minderheid. Dat is overigens een politieke partij die nooit mee zal doen aan democratische verkiezingen, want meewerken aan dat systeem laat zijn geloof naar eigen zeggen niet toe. Daar houden we hem aan!

Imam Abdul Jabbar van der Ven
Abdul Jabbar van der Ven speelde vooral  met het aanwezige publiek, dat voor de helft bestond uit relatief jonge moslimmannen. Hij maakte ze vroeg in het gesprek deelgenoot door te vragen of ze een bepaalde Islamitische bron kenden. Na het bevestigende antwoord in koor, voelden zij zich comfortabel genoeg om af en toe smeuïge kreten door de zaal te roepen, zoals “Ja en mensen in Irak en Afghanistan dan!” en natuurlijk de nimmer afwezige “Takbir!” gevolgd door een zuivere “Allah hu Akbar!” uit tientallen opdringerige kelen.

Die dominante uitstraling van de geveinsde eendracht onder moslims in de zaal weerhield imam Van der Ven echter niet van het nauwkeurig opzoeken van de slachtofferrol. Hij voelde zich, zoals zo vaak, in de rechtbank gezet aangaande zijn geloof. Misschien had hij verwacht dat een debat over de Islam zou gaan over de stof van zijn favoriete bidmatje, wie zal het zeggen. Met regelmaat gaf hij een diepe zucht en keek dan cynisch lachend weg tijdens de spreektijd van Hans Jansen. Niet omdat de gestudeerde Imam zich dagelijks op die wijze uit aan de keukentafel bij zijn vrouw, maar omdat dit het straatniveau was van zijn aanhang in de zaal. En die was hij aan het bespelen, weet u nog?

Saillant detail was dat Van der Ven geen enkel voorbeeld kon noemen waarin hij in Nederland wordt belemmert om aan de verplichtingen van zijn geloof te voldoen. We weten dat dit in de meeste moslimlanden, waar niet-moslims de minderheid zijn wel anders is.

Wat me het meest van de imam tegenviel was het ettelijke malen op de man spelen met opmerkingen aan het adres van Hans Jansen. Laatstgenoemde was zeker niet sympathiek te noemen, maar heeft op geen enkel moment geprobeerd zijn opponenten persoonlijk aan te vallen met woorden als “Ja dat zijn we gewend van jou.” Absoluut dieptepunt daarin was het moment dat Abdul Jabbar zich tot Jansen wendde en zei: “Dan ben je een dwaas!” (…als je jouw islamstandpunt gaat verdedigen in Jakarta). Jansen had het geluk daar aan z’n hand doordat hij er toen op kon wijzen  dat hij precies dat gedaan heeft in Indonesië.  1-0 voor Hans Jansen.

Hans Jansen
Hans Jansen had Abdul Jabbar vroeg in het debat tuk met de verwijzing die de imam maakte naar joodse- en Chinese wijken die in wezen niet zouden verschillen van moslims die in een islamitische wijk verkiezen te wonen. Jansen pareerde deze vergelijking door te veronderstellen dat joden en Chinezen zich naar eigen willekeur kunnen terugtrekken uit een dergelijke sociale controle. Echter, in het geval van een “Sharia-wijk” kan een moslim dat niet doen zonder zich schuldig te maken aan afvalligheid, zo stelde Jansen. Hij eindigde met de vraag welke straf er op die afvalligheid staat. Abdul Jabbar Van der Ven zweeg en reageerde weer met een grijns en een blik naar de grond. Hierdoor werd duidelijk dat Abdul Jabbar geen intentie had om de waarheid over de Islam te verkondigen. Hij kwam slechts om de angst voor de Islam weg te nemen.

En daar past het ruiterlijk toegeven dat afvalligen legitiem gedood kunnen worden niet bij. Okay Pala zei na het betoog van Jansen ongevraagd: “waar gaat het eigenlijk over?” waarop het moslimpubliek lachend begon te applaudisseren. En dat was tekenend voor alle debatten met dit publiek: waarheid en argumentatie delven het onderspit tegen vinnige en demoniserende retoriek. Er zaten fans in de zaal namens de moslims, geen vrome waarheidszoekers.

Wat de ‘debater’ Hans Jansen betreft: de man is moedig en staat als één van de weinigen op met een geïnformeerd tegengeluid. Maar hij is, ondanks zijn onmiskenbare deskundigheid, toe aan ondersteuning van de jongere generaties op het gebied van het Islamdebat in Nederland. Tijd voor vers bloed!

Mede daarom hebben wij imam Van der Ven na afloop benaderd om een debat met ons af te spreken. Hij gaf gelukkig aan daar open voor te staan.

Na het debat werd het eigenlijk pas interessant. In de lobby en op straat hebben we (Deo Volente NL) nog zeker twee uur een straatdebat gehouden met een grote groep moslims die ongeveer vijftienkoppig begon en tegen het einde afslankte naar 7 of 8 man. Wij waren met z’n vieren.

Mijn advies aan De Balie: probeer eens een formeel debat: Amerikaanse stijl, met opening statements, weerleg-rondes en kruisverhoor. Dan zullen de toeschouwers die naar waarheid zoeken ook tevreden naar huis gaan.

UPDATE: De heer Abdul Jabbar van der Ven heeft het voorgenomen debat destijds helaas afgezegd na meerdere toezeggingen te hebben gedaan. Spijtig genoeg heeft de heer Van der Ven zich teruggetrokken tijdens de onderhandelingen over het onderwerp en de locatie. De door hem opgegeven reden lag in het feit dat hij zich naar eigen zeggen had bedacht en “net zoals bij een hypothetische afspraak met een overspelige vrouw” ook hier het niet nakomen van een afspraak legitiem is.