Is de Tekst van het Nieuwe Testament Betrouwbaar?

(de Introductie)

Christenen die het leven en de daden van Jezus willen bestuderen gaan daarvoor naar het Nieuwe Testament, dat de laatste 27 boeken van de Bijbel beslaat en 2000 jaar oude teksten bevat. Het beschrijft de komst van Jezus, zijn kindertijd, zijn periode als profeet, zijn Offer aan het kruis en zijn Wederopstanding. Verder bestaat het uit overleveringen van de discipelen en hun studenten.

Maar hoe weten we nu of al die teksten wel echt zijn opgeschreven door de eerste generatie? Waaruit blijkt dat wat geschreven werd door Johannes of Paulus ook daadwerkelijk uit die tijd komt en niet veel later is toegevoegd? Dit is namelijk kritiek die steeds vaker wordt geleverd door critici en het is onze ervaring dat christenen hier dikwijls niet tegen bewapend zijn. Sommige christenen lijken te denken dat de Bijbel kant en klaar uit de hemel is gevallen en geschreven werd met onvergankelijke inkt op onvergankelijk papier. Dat is niet het geval. Maar het is ook niet zo dat de tekst van het Nieuwe Testament daardoor onbetrouwbaar is. Integendeel.

Deo Volente NL neemt u mee op een korte reis langs al deze vragen. We gaan met u bespreken welke manier God gebruikt heeft om met name het Nieuwe Testament over te dragen van generatie op generatie en hoe wonderlijk eenvoudig Zijn methode is om de Goede Boodschap van Jezus zo zuiver mogelijk te bewaren, buiten het bereik van ingrijpende fouten of opzettelijke veranderingen. U kunt dit artikel beschouwen als een eerste stap in een reeks van publicaties waarin we u stap voor stap klaarstomen voor een goed begrip van de redenen waarom het Nieuwe Testament zo betrouwbaar is.  Dit zodat u naast uw geloof ook een rationele grond hebt om al uw vertrouwen te leggen in de Here Jezus.

De tekst en de kritiek

Veel christenen staan er wellicht niet bij stil dat de tekst van de Bijbel een historie heeft zoals iedere andere tekst uit de Oudheid als het gaat om de transmissie (de overdracht) ervan. Hoewel de overlevering van generatie op generatie van de tekst met recht wonderlijk is te noemen, is het niet zo dat het kant en klaar uit de hemel is gevallen op een stenen tafel. De Bijbel is opgeschreven door gewone mensen zoals u en ik, echter onder de begeleiding van de Geest van God. Wanneer wij dan zeggen dat de Bijbel geïnspireerd is, betekent dit dat de mensen die de originele tekst hebben ontvangen en opgeschreven geïnspireerd waren. Maar zoals bij ieder boek uit de Oudheid en de meeste tot aan de vijftiende eeuw, is het origineel niet meer beschikbaar. En omdat het zo vaak gekopieerd is, luidt de kritiek van sceptici dat het een probleem is dat de originelen niet meer bestaan, omdat er slechts kopieën van kopieën van kopieën gevonden zijn. De kopiisten waren niet geïnspireerd en wij kunnen niet zeggen dat zij de tekst accuraat hebben overgenomen, zo stelt men. Ook zal de scepticus zeggen dat er veel verschillen te zien zijn tussen de manuscripten van de Bijbel. Soms wel hele lappen tekst. Hoe kunnen wij dan weten wat de tekst oorspronkelijk gezegd heeft?  Dit kunnen we weten dankzij een wetenschap die tekstuele kritiek wordt genoemd.

De Wetenschap die Tekstuele Kritiek heet

Het is belangrijk om te begrijpen wat de wetenschap inhoudt die we doorgaans tekstuele kritiek noemen. Dit is de methode waarmee men boeken uit de Oudheid analyseert om zodoende het origineel zo dicht mogelijk te benaderen. Het is namelijk zo dat de oudste manuscripten nooit een kant en klaar boek zijn. Het zijn delen van een hoofdstuk en soms slechts een deel van een bladzijde die men heeft gevonden. Dat geldt niet alleen voor de Bijbel maar voor alle boeken uit de Oudheid tot aan het moment dat de boekdrukpers werd uitgevonden in de vijftiende eeuw. Tot die tijd moesten mensen altijd handmatig teksten overschrijven. Omdat dit langdradige proces altijd met fouten gepaard gaat, worden de verschillende manuscripten die men heeft kunnen vinden met elkaar vergeleken. Daarbij is het hebben van zoveel mogelijk manuscripten een absolute must. Hoe meer hoe beter! Maar meer manuscripten betekent ook meer variaties oftewel verschillen tussen die kopieën.

Waarom is dat een gegeven? Laten we het uitbeelden middels een praktijkvoorbeeld. Stel u schrijft, net als twee bekenden van u, handmatig uw eigen kopie van een kort boek. Daarna gooit u het origineel weg. Het is vooraf met 100% zekerheid te voorspellen dat de drie kopieën van elkaar zullen verschillen. Zo foutgevoelig zijn onze hersenen nu eenmaal. We raken afgeleid, moe, verveeld en ga zo maar door. Allemaal redenen voor het maken van onbedoelde schrijffouten. Maar dat is niet zo erg als het klinkt. Want deze schrijffouten zullen namelijk vooral fouten betreffen in de spelling en woordvolgorde van de tekst. En dat is gemakkelijk te corrigeren en zal de betekenis van de tekst niet beïnvloeden. Schrijf je John of Johnn, het maakt voor de betekenis van de zin niets uit.

Aangezien we toch graag willen weten hoe het origineel er exact uitzag, gaan we de drie manuscripten vergelijken. Stel nu dat twee mensen ergens het woord “consumeert” schreven terwijl u op dezelfde plek het woord “consument” schreef. Dan ligt het voor de hand dat u een foutje heeft gemaakt, aangezien de andere twee hetzelfde hebben. Maar helemaal zeker weten doet u dat niet. Daarom is het veel fijner om juist heel veel manuscripten te hebben. Want stel u heeft maar één of twee manuscripten die het woord “consument” daar noemen en vijfhonderd manuscripten die daar “consumeert” hebben staan. Dan is het zeer juist om de zogeheten meerderheidsregel toe te passen en dit woord te beschouwen als onderdeel van het originele boek.

Het is echter niet altijd zo simpel als hierboven geschetst. Die  vijfhonderd manuscripten kunnen bijvoorbeeld allemaal veel later geschreven zijn. Of nog erger: ze kunnen allemaal afstammen van één oude kopie die het juist verkeerd heeft opgenomen. Het zegt dus niet alles en de wetenschap van de tekstuele kritiek houdt daar uiteraard rekening mee. Daarover zal meer informatie volgen in de volgende delen van deze serie. Daarbij gaan we eveneens in op enkele variaties tussen de manuscripten. Maar dit voorbeeld laat de eerste stappen zien om te kunnen komen tot een nauwkeurige reconstructie van een tekst.

Hoeveel manuscripten zijn er?

Afb. I. Aantal manuscr. van het NT vergeleken met dat van het gemiddelde klassieke werk. LET OP: dit is slechts een achtste deel vanwege ruimtegebruik op de pagina!

Afb. I. Aantal manuscr. van het NT vergeleken met dat van het gemiddelde klassieke werk. LET OP: dit is slechts een achtste deel vanwege ruimtegebruik op de pagina!

Een belangrijk punt bij het doen van tekstuele kritiek is dat men vergelijkingsmateriaal heeft. Hierbij geldt hoe meer hoe beter: hoe meer vergelijkingsmateriaal de wetenschapper heeft hoe beter hij de manuscripten kan bestuderen en op waarde kan schatten. In het geval van het Nieuwe Testament hebben we er duizenden. De teller staat anno 2016 volgens de geleerden ongeveer op 5900 Griekse manuscripten die 2.6 miljoen pagina’s beslaan! Ter vergelijking met een ander boek uit de Oudheid dat u in de winkel kunt vinden: van de Dialogen van Plato zijn er slechts zo’n 250 gevonden (1). Het verschil met het NT is gigantisch! En dan hebben we het alleen nog maar over de Griekse manuscripten, omdat die taal wordt beschouwd als de voornaamste brontaal voor het Nieuwe Testament. Als we alle antieke talen waarin bestaande manuscripten geschreven zijn, optellen komen we op ongeveer 20 tot 25 duizend manuscripten die zijn geschreven in de Armeense, Arabische, Koptische, Latijnse en andere talen.

In Afbeelding I ziet u een illustratie van dr. Daniel B. Wallace waarin hij laat zien hoeveel meer manuscripten er zijn voor het Nieuwe Testament, vergeleken met het aantal dat we bezitten voor het gemiddelde werk uit de Oudheid. Maar let goed op: het aantal manuscripten dat hier wordt geillustreerd voor het Nieuwe Testament dient u met 8 te vermenigvuldigen. Dr. Wallace geeft tijdens zijn lezingen namelijk bij deze afbeelding aan dat er simpelweg niet genoeg ruimte in Powerpoint is om de gehele hoeveelheid op één scherm te krijgen.

Datering van de manuscripten

Ook van belang is dat de manuscripten vroeg zijn. Dat wil zeggen dat ze zo dicht mogelijk tegen de tijd van de auteur zitten of zo dicht mogelijk bij de tijd en gebeurtenissen die ze beschrijven. Dit om te voorkomen dat er veranderingen in de tekst sluipen. De tendens is dat naarmate de tijd verstrijkt er legendes ontstaan die deel van de tekst worden. Dit wil men voorkomen door zo oud mogelijke manuscripten te ontdekken.

P52 (Papyrus 52) is het oudst ontdekte onderdeel van het Nieuwe Testament.

P52 (Papyrus 52) is het oudst ontdekte onderdeel van het Nieuwe Testament.

En als we nog even blijven vergelijken met de Dialogen van Plato valt er nog iets anders op. Er zit namelijk ongeveer 1250 jaar tussen het alleroudste manuscript dat gevonden is en de tijd waarin Plato geleefd zou moeten hebben (2). Gemiddeld is dat voor een tekst uit de Oudheid zo’n 900 jaar. Zoveel tijd ertussen doet de betrouwbaarheid natuurlijk geen goed. Maar in het geval van het Nieuwe Testament ligt dat anders. Volgens de algemeen aanvaarde consensus is het vroegste manuscript dat we hebben van een boek uit het Nieuwe Testament (het Evangelie van Johannes) gedateerd op 125 jaar na Christus (oftewel 95 jaar na de Opstanding van Jezus en slechts 35 jaar na de tijd waarin het geschreven moet zijn). Dan hebben we het wel over een fragment (P52) maar aangezien dat fragment nooit werd gevonden als zijnde een onderdeel van een ander boek, stelt men historisch vast dat dit bij het Evangelie van Johannes hoort. Dat kan geen ander boek uit de Oudheid evenaren! Alleen al daarin zien we de zegening die God heeft uitgesproken over de het Evangelie. En toch zijn er mensen die zonder problemen accepteren dat Plato de dingen opschreef die aan hem zijn toegekend, terwijl ze openlijk twijfelen aan de betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament.

Natuurlijk is dit niet het hele verhaal. De eerste volledige manuscripten van het complete Nieuwe Testament treffen we namelijk pas aan rond 325. Maar voor die tijd zijn er allerlei bewijzen die de eerder genoemde fragmenten ondersteunen, zoals de extra Bijbelse (seculiere) vondsten, de patristische bewijzen, historische accuratesse van de latere kopieën, archeologische ondersteuning voor de authenticiteit van de tekst en meer. Daarover zullen we in latere afleveringen van deze serie de diepte met u ingaan.

Corruptie van de tekst?

Door sceptici wordt nog weleens beweerd dat de tekst van het Nieuwe Testament niet betrouwbaar is vanwege alle verschillen tussen de vele manuscripten. Ze stellen dat we hierdoor simpelweg niet kunnen weten wat de originele tekst is geweest. Wat ze daar vaak niet bij vertellen is dat letterlijk meer dan 99% van deze verschillen geen enkele invloed heeft op de betekenis van de tekst en al helemaal niet op cruciale christelijke geloofspunten. De christen hoeft zich dus niets aan te trekken van fabeltjes die luiden dat de Drie-eenheid stiekem in de tekst is gestopt of dat de goddelijkheid van Jezus slechts kan worden geïmpliceerd dankzij latere toevoegingen. Zelfs een beroemde scepticus en geleerde van de tekstuele kritiek van het Nieuwe Testament, Bart Ehrman, moet dat toegeven:

“…the essential Christian beliefs are not affected by textual variants in the manuscript tradition of the New Testament.” (3)

Vertaling: “…de essentiele Christelijke geloofspunten worden niet beïnvloed door tekstuele varianten in de manuscript traditie van het Nieuwe Testament.” (3)

Hoe zit het dan met dat overige procent van de genoemde verschillen?

Dat betreffen de verschillen tussen de manuscripten die zowel betekenisvol zijn als rendabel. Met andere woorden: Ze veranderen enigszins de betekenis van de tekst en we komen ze vroeg in de manuscripttraditie tegen. Daardoor hebben ze een goede kans om de originele lezing te zijn. In veel moderne Bijbels vindt je dan ook vaak een letter bij de tekst met een verwijzing naar een voetnoot. Dan staat er “sommige manuscripten zeggen…” met de alternatieve lezing erbij. Hierdoor bezit de gelovige de volledige informatie aangaande de tekst van de het Nieuwe Testament.  Maar we dienen ons hier te beseffen dat dit voor de christen geen doctrines in gevaar brengt. Ook is het zo dat de tekst van het Nieuwe Testament dankzij al deze ontdekkingen alleen maar sterker wordt. Hierdoor groeit de hoop dat ook die allerlaatste zinnen, waarover nu nog gerede twijfel bestaat, in de toekomst zullen worden opgehelderd. De Bijbel wordt dus niet minder maar juist meer betrouwbaar, naarmate de jaren vorderen. Al moet wel gezegd worden dat die laatste stukjes zuiverheid slechts details zijn. De christen mag dus nu al met recht spreken van een betrouwbare Bijbel!

Datering van de Oorspronkelijke Tekst (niet te verwarren met de datering van de manuscripten)

De boeken van het Nieuwe Testament zijn niet geschreven in een tijd die meer dan een eeuw verwijderd is van de oorspronkelijke gebeurtenissen die ze beschrijven, zoals het geval is bij zoveel andere boeken uit de Oudheid. Integendeel. Ze zijn geschreven tijdens de levens van de mensen die betrokken waren bij de gebeurtenissen die erin staan. Het Nieuwe Testament moet dan ook beschouwt worden als een competente primaire bron uit de eerste eeuw na Christus (Montgomery, HC, 34, 35)

In Tabel I een kort overzicht van de huidige dateringen die historici geven
aan de vier Evangeliën en de brieven van Paulus. Het gaat hier om de tijd waarin deze boeken geschreven moeten zijn volgens de genoemde kenners en niet om de vroegste manuscripten. Volledigheidshalve tonen we u de leidende dateringen uit zowel conservatieve- als liberale hoek.

Tabel I. Overzicht van dateringen door zowel conservatieve- als liberale geleerden

Citaten door vroege kerkvaders

Naast al deze tekstuele bewijzen voor het Nieuwe Testament is er ook nog eens de enorme schat aan citaten van het Nieuwe Testament die we kunnen terugvinden in de gevonden brieven van vroege kerkvaders. Sommige geleerden, zoals Bruce Metzger en Josh McDowell schreven dat zelfs als we morgen alle manuscripten van het Nieuwe Testament kwijt zouden raken, alles weer te her construeren is vanuit de brieven van de vroege kerkvaders. Zoveel citaten zijn er te vinden in alleen al de vroege (pre-vierde eeuwse) brieven van de kerkvaders. Dit wordt ook wel het Patristisch bewijsmateriaal genoemd.

In beeld ziet u een citaat van Bruce Metzger en (ironisch genoeg) de eerder genoemde scepticus Bart Ehrman, uit hun gezamenlijke boek uit 2005 “The Text of the New Testament: Its Transmission, Corruption, and Restoration, pagina 126:

“Besides textual evidence derived from New Testament Greek manuscripts and from early versions, the textual critic compares numerous scriptural quotations used in commentaries, sermons, and other treatises written by early church fathers. Indeed, so extensive are these citations that if all other sources for our knowledge of the text of the New Testament were destroyed, they would be sufficient alone for the reconstruction of practically the entire New Testament.” (4)

Vertaling: “Naast tekstueel bewijs vanuit Griekse manuscripten en van eerdere versies, vergelijkt de tekstuele criticus vele Schrift citaten die gebruikt werden in commentaren, preken en andere overleveringen die geschreven zijn door vroege kerkvaderen. Het is zelfs zo dat deze citaten zo groot in aantal zijn dat wanneer alle andere bronnen voor onze kennis van de tekst van het Nieuwe Testament zouden worden vernietigd, deze teksten alleen genoeg zouden zijn voor de reconstructie van praktisch het gehele Nieuwe Testament.” (4)

Ongecontroleerde transmissie

Maar hoe weten we dan zo zeker dat niemand stukken tekst heeft kunnen weghalen of toevoegen? Het antwoord daarop is net zo eenvoudig als wonderlijk. We gaven u al eerder het voorbeeld van slechts drie handmatige kopieën gemaakt door u en twee bekenden. Dat betekent dat de enige drie exemplaren van de tekst op één plek waren en konden worden beheerst door één persoon of een groep personen. Die hadden alles met die tekst kunnen doen om het te doen lijken alsof ze allemaal getuigen van hetzelfde oorspronkelijke document. Zoiets noemt men in de wetenschap een gecontroleerde transmissie, oftewel een overlevering van de tekst die volledig in de macht is van één verdeelcentrum dat over alle kopieën eerst zijn veto kan uitspreken voordat deze het daglicht mogen zien.

Zo is het echter niet gegaan bij het Nieuwe Testament. Want de verschillende boeken werden door enorm veel mensen gekopieerd, overal en nergens binnen de hele reikwijdte van de toenmalige ‘bekende wereld’. Dat betekent dat niemand, geen mens of groep mensen, op enig moment alle manuscripten heeft kunnen bezitten. Het zijn er gewoon veel te veel en ze zijn ontstaan in de meest uiteenlopende plekken van de wereld. En de meeste van de manuscripten waren eeuwenlang verborgen voor de buitenwereld en worden nu nog steeds opgegraven. Zo heeft God ervoor gezorgd dat de tekst van het Nieuwe Testament uit de handen bleef van corruptie plegende mensen. Want iedere verandering wordt heel snel opgemerkt doordat we het kunnen vergelijken met enorm veel andere kopieën van dezelfde tekst. Of het nu een onbewuste fout is of een bewuste toevoeging of verwijdering: dankzij de wetenschap die tekstuele kritiek heet en de gigantische lading manuscripten die we hebben mogen vinden, is het Woord van God bewaard gebleven.

Wees daarom God dankbaar en gebruik Zijn Woord naar uw voordeel en dat van uw omgeving.

Gods zegen

Referenties:

(1) Robert S. Brumbaugh en Rulon S. Wells (1989) Completing Yale’s Plato Microfilm Project,  pagina 73 – The Yale University Library Gazette, vol. 64 no 1/2 (Oct. 1989) http://www.jstor.org/stable/40858970
(2) Gail Fine (2008) The Oxford Handbook of Plato, Pagina 71 – Oxford University Press, 13 aug. 2008
(3) Ehrman, B. (2005) Misquoting Jesus, 252
(4) Metzger, B. and Ehrman, B. (2005) The Text of the New Testament: Its Transmission, Corruption, and Restoration, 4th Edition (New York: Oxford University Press, 2005), 126.