beautiful-rio-banner

Wie is De Profeet in Johannes 1:21?

 

In Johannes 1:19-21 lezen we het volgende:

“De Joodse leiders stuurden priesters en tempeldienaars naar Johannes (de Doper) om te vragen wie hij was. ‘Ik ben de Christus niet,’ zei hij hun in alle openheid. ‘Wie dan wel?’ vroegen zij. ‘Elia?’ ‘Nee,’ antwoordde hij. ‘Bent u dan de profeet die komen zou?’ was hun volgende vraag. ‘Nee,’ zei Johannes.”

Omdat Johannes ontkent dat hij de Christus (Messias) is en de joden doorvragen of hij dan wel De Profeet is die komen zou, gaan moslimapologeten er vanuit dat er nog een andere profeet zou komen na Jezus. En uiteraard zien zij daarin de uitgelezen mogelijkheid om te beweren dat dit Muhammad is. De bedoelde Profeet verwijst namelijk volgens de meeste geleerden naar Deuteronomium 18:18 en daarvan geloven ze al (ten onrechte) dat de Arabische Muhammad daar werd voorspeld.

Om dit argument van alle kanten te weerleggen gaan we eerst even mee in de foutieve aanname die de moslims hier doen. Ze gaan ervan uit dat de joden hier op het goede spoor zijn met hun veronderstelling dat De Profeet een andere persoon is dan De Messias. Of die methodiek ze gaat helpen, zullen we zo direct zien. Maar waarom zou een moslim aannemen dat joodse priesters een correct begrip hadden van de profetieën in de Schrift?

Joodse Schriftkennis aangaande de Messias

Het is op dit punt goed om te beseffen aan wie deze “kenners van de Schrift” hun vraag stelden. Johannes de Doper was namelijk een Israëliet (Jood). Muhammad was een Ismaïliet (Arabier). Als deze Joodse priesters een perfect besef hadden van de Tenach zouden ze, volgens de redenering van moslimapologeten, moeten weten dat ze niet bij Johannes moeten aankloppen om te vragen of hij de beloofde Arabier is. Zij beweren immers dat de etniciteit van De Profeet duidelijk blijkt uit Deut. 18:18. Dit is niet zo en is al weerlegd maar dat is nu eenmaal wat men gelooft. Het is echter helder dat zij hun eigen theologie in de problemen brengen als ze niet erkennen dat de joden hier een fout maakten door een Jood te vragen of hij De Profeet is. En dat zijn precies het soort problemen dat men krijgt wanneer men de eigen theologie in de Schrift probeert te proppen. In plaats daarvan is het beter om de Schrift uw theologie te laten bepalen.

We zullen verderop zien dat ook Jezus zelf de Joodse geleerden erop wijst dat zij de Schrift verkeerd interpreteren aangaande Zijn Persoon. Normaal gesproken zijn moslims en christenen dit juist met elkaar eens, aangezien joden Jezus verwerpen als de Messias. Maar wanneer het moslimapologeten uitkomt, merken wij dat ze zonder gewetensnood de mening overnemen van de joodse autoriteiten van het gebied dat de Romeinen later Palestina zouden noemen.

De Messias is ook “de Profeet”

En daarmee komen we op de vervulling van het volledige argument. Jezus van Nazareth is zowel de Messias als De Profeet in Deut. 18:18. Het betreft dus niet twee verschillende personen, zoals de joodse priesters dachten. Ons eerste bewijs hiervoor komt uit hetzelfde boek waaruit de moslims Muhammad denken te halen. Jezus gaf hoogstpersoonlijk aan dat de joodse geleerden onwetend waren en niet beseften dat de Boeken die zij bestudeerden over Hem spreken:

“U leest in de boeken van Mozes en de profeten omdat u denkt daarin eeuwig leven te vinden. Al die boeken getuigen over Mij. En toch wilt u niet bij Mij komen om eeuwig leven te vinden.

Denk maar niet dat Ik u bij de Vader zal aanklagen. Dat doet Mozes, op wie u uw hoop gevestigd hebt. Maar u hebt hem niet echt geloofd. Anders zou u Mij ook geloven. Mozes heeft immers geschreven dat Ik zou komen? Als u niet gelooft wat hij heeft geschreven, hoe zult u dan geloven wat Ik zeg?’” (Johannes 5:39-40, 45-47)

In de volgende passage leest u dat de joden het onderling maar niet eens konden worden over de vraag wie Jezus was. Hij vraagt zijn volgelingen namelijk wie de mensen zeggen dat Hij is. Allerlei varianten komen langs. Vervolgens vraagt Hij zijn discipelen wie zij dan denken dat hun Meester is. Simon Petrus laat er geen misverstand over bestaan: “De Messias, de Zoon van de levende God!” Jezus bevestigt zijn antwoord en voegt eraan toe dat Simon Petrus dit niet van mensen gehoord heeft, maar dat de Vader dit aan hem heeft geopenbaard:

“Toen Jezus in de omgeving van Caesarea Filippi gekomen was, vroeg Hij zijn discipelen en zeide: Wie zeggen de mensen, dat de Zoon des mensen is? En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; anderen: Elia; weer anderen: Jeremia, of één der profeten. Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God! Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is.” (Mattheus 16:13-17)

En er waren ook joden die wel begrepen wie De Profeet is, nadat ze het bewijs met eigen ogen hadden gezien. We blijven wederom in hetzelfde boek waarin moslims Muhammad proberen aan te tonen:

“Toen de mensen zagen dat hij deze wonderen had gedaan zeiden zij: “Voorwaar,  Hij moet de Profeet zijn die in de wereld zou komen!’” (Johannes 6:14).

De Profeet wordt hier duidelijk geassocieerd met Jezus en wel vanwege zijn wonderen. Natuurlijk kan de moslimapologeet hier de beschuldiging terug proberen te plaatsen van een inconsistente methodiek, doordat christenen in het vers hierboven net zo goed uit lijken te gaan van een correcte Schriftkennis onder de joden. Maar zij vergeten dan een belangrijk verschil. Zij baseren hun methode uitsluitend op de getuigenis van Messias-verwerpende joden. Dat houdt zelfs in dat zij hier eigenlijk ook de mening van joden moeten aannemen. Voor ons is dit vers echter slechts een bevestiging van wat de Bijbel eeuwen eerder al liet zien over de kenmerken die de beloofde profeet zou laten zien. En dat zijn precies de dingen die Muhammad niet zou doen, zeshonderd jaar later.

Muhammad is geen profeet zoals Mozes

De Bijbel laat namelijk duidelijk zien dat Muhammad onmogelijk De Profeet kan zijn. Jezus is met grote zekerheid de langverwachte profeet die in Deuteronomium 18:18 werd voorspeld en waarnaar de uitspraak van de joodse priesters in Johannes 1:21 verwijst.

Daar staat namelijk dat er een profeet zoals Mozes zal komen. Jezus was degene die wonderen deed, zoals Mozes. En Jezus was degene die rechtstreeks met God de Vader sprak, zoals Mozes.

Maar is het dan niet arbitrair van ons om zelf te bepalen welke karakteristieken van Mozes zouden worden teruggevonden in de profeet waar Deut. 18:18 naar verwijst? Nee, want dat bepalen we niet zelf. Wij laten ook hier de Schrift onze theologie bepalen en niet andersom. Sterker nog: het is arbitrair wanneer moslims hun lijst met overeenkomsten geven, want die is nergens op gebaseerd behalve het spelen met theologie. De kenmerken die een profeet het stempel “zoals Mozes” geven, worden namelijk door de Bijbel zelf op tafel gelegd en wel in hetzelfde boek als de profetie: Deuteronomium 34:10-11:

“Er is daarna in Israël nooit meer een profeet zoals Mozes geweest, want de Here sprak met hem van aangezicht tot aangezicht. Hij deed op bevel van de Here verbazingwekkende wonderen, grote en angstaanjagende wonderen voor de farao en zijn hele hofhouding in Egypte en voor het hele volk Israël in de woestijn.”

Hier worden twee grote kenmerken van een profeet zoals Mozes op heldere wijze vastgesteld. Muhammad voldoet aan geen van beiden. We weten dat Muhammad niet rechtstreeks met Allah in contact stond, want hij kreeg zijn “openbaringen” van de vermeende engel Jibril. Ook zegt de Koran duidelijk dat er geen enkel wonder of teken zou worden gegeven van de hand van Muhammad:

“Zij die ongelovig zijn zeggen: “Had er dan geen teken van zijn Heer tot hem neergezonden kunnen worden?” Maar jij bent slechts een waarschuwer; voor elke gemeenschap is er een gids die de goede richting wijst.” (Soera 13 vers 7)

We constateren derhalve dat moslims inconsequent redeneren met betrekking tot meerdere facetten van hun argument. Wellicht komt de wishful-thinking redenering van moslims vanuit het feit de Bijbel hen niet aan het hart ligt en ze het slechts gebruiken voor hun eigen doelen. Sommige christenen doen datzelfde met de Koran, door van daaruit te willen aantonen dat Jezus God is. Wij hanteren die methodiek nooit, zoals u wellicht hebt opgemerkt, vanwege het simpele feit dat het inconsistent is om jouw waarheid te willen aantonen in een boek dat je (deels) verwerpt. Je zult altijd in de problemen komen met je eigen wereldbeeld, zoals ook nu is gebleken. Zowel moslims als christenen dienen wat ons betreft de verleiding te weerstaan om in elkaars geschriften te wroeten, in de hoop hun eigen theologie daarin terug te vinden.

Resumerend

We noemen de kernpunten nog even op:

De Joden dachten dat de Messias en De Profeet twee verschillende mensen waren. Indien moslims hierin meegaan komen ze in de problemen aangezien de priesters het vroegen aan een Jood in plaats van een Arabier. Ze moeten diezelfde joden derhalve direct weer onwetend noemen inzake de komst van nieuwe profeten. Dit aangezien de Arabische etniciteit van De Profeet volgens moslims duidelijk blijkt uit Deut. 18:18, dat verwijst naar “de profeet die komen zou”.

Ook Jezus zelf bevestigt dat de Joodse geleerden verre van optimale kennis bezaten omtrent de vraag wie de Messias is. Dit blijkt bijvoorbeeld uit Zijn woorden in Johannes 5, Mattheus 23 en Markus 7:13.

Als moslims vervolgens erkennen dat deze joden geen foutloos besef hadden van de Schrift, dienen ze ook open te staan voor het idee dat de joden niet wisten dat de Messias en De Profeet weleens dezelfde persoon konden zijn.

Dat zij dezelfde persoon zijn, blijkt duidelijk uit Deut. 34:10-11 (God zegt dat een profeet als Mozes wonderen doet en met God spreekt van aangezicht tot aangezicht).

Muhammad deed volgens de Koran geen wonderen. Ook sprak hij niet rechtstreeks met God. Hierdoor blijft er geen enkele mogelijkheid over om Muhammad als De Profeet in Johannes 1:21 te zien. Tevens valt niet te ontkennen dat De Profeet onze Here Jezus Christus betreft. De Messias, de Heiland, de Redder, de Verlosser.

 

Gods Zegen

Met dank aan de Heer

die alle dingen mogelijk maakt.

In Jezus Naam, Amen.