Omkoping in de Islam

(om te bekeren en kritiek te staken)

Inleidende samenvatting

Volgens moslims leert de Koran dat omkoping verboden is (soera 2:188). Maar als we de islamitische geschriften en de meningen van islamjuristen bekijken, komen we handelingen tegen die er op z’n minst dichtbij zitten als het gaat om het overhalen van mensen naar de Islam middels geld en giften. Technisch gezien blijft het soms bij een kwalijke vorm van lobbyen met een sterk vermoeden van omkoping, maar in bepaalde theologisch onderbouwde gevallen is er zelfs sprake van daadwerkelijk smeergeld, waarbij de ontvanger beseft dat hij dit geld ontvangt in ruil voor zijn bekering naar de islam en/of het niet langer aanvallen of bekritiseren van de islam dan wel moslims.

Veel moslims weten niet dat de door hun betaalde zakat voor bovenstaande doelen besteed kan worden aan niet-moslims, volgens veel door hen gerespecteerde geleerden. Andere moslims beweren dat het in deze tijd verboden is om zakat te geven aan de ongelovigen, omdat dit enkel gold tijdens het leven van Muhammad, de profeet van de islam. Hoewel er zeker geleerden zijn die deze meningen hebben, zullen we hieronder aantonen dat er zwaargewichten onder de islamitische geleerden zijn die hebben aangegeven dat zakat wel degelijk aan niet-moslims mag worden gegeven en dat dit (in deze tijd) niet is afgeschaft. Weer andere geleerden staan achter het geven van geld aan ongelovigen voor deze doelen, maar vinden dat dit uit andere bronnen moet komen dan de zakat.

Al met al kan worden geconcludeerd dat het concrete verbod op omkoping in de islam voornamelijk geldt voor de rechtspraak (het omkopen van een rechter of een getuige) terwijl het overhalen naar de islam, door mensen giften te geven, niet wordt beschouwd als omkoping. Echter, wanneer we kijken naar verhalen over de Quraish en hun poging om Muhammad te laten stoppen met het beledigen van hun goden, draaien islamitische geleerden en organisaties er niet omheen: dat was een poging tot omkoping.

Wij zullen de behandeling van dit onderwerp langs een aantal stappen opbouwen:

  • Islamitische bronnen: giften aan “mannen van eminentie”
  • The National Zakat Foundation (NZF)
  • Enkele tafsirs (exegeses) omtrent dit fenomeen
  • Zijn er fuqaha (islamitische juristen) die dit hebben bevestigd?
  • Omkoping?
  • Hedendaagse voorbeelden
  • Conclusies

֎ Islamitische bronnen: giften aan “mannen van eminentie”

Koran

De Koran schrijft acht categorieën voor van mensen die in aanmerking komen voor het ontvangen van zakat, de verplichte aalmoes van 2,5 procent van het vermogen die moslims dienen te betalen:

“Voorwaar, de zakat is slechts voor de armen en de behoeftigen en de werkenden (aan de inzameling ervan) en de Moe’allaf en voor (het vrijkopen) van de slaven, en de schuldenaren en om (uit te geven) op de Weg van Allah en voor de reiziger (zonder proviand), als een plicht tegenover Allah. En Allah is Alwetend, Alwijs.” (Soera 9 vers 60, Siregar vertaling)

In deze vertaling wordt het woord zakat gebruikt, terwijl het Arabisch spreekt van sadaqat, hetgeen synoniem staat voor zakat. Vandaag de dag staat sadaqah meestal voor niet-verplichte donaties ten bate van bedelaars en armen, maar binnen in de Koran in de vroege islam was er qua betekenis geen verschil met zakat. Er bestaat dan ook geen meningsverschil over de doctrine dat bovenstaande vers over zakat spreekt.[1]

Opvallend is dat het woord Moe’allaf niet door Siregar wordt vertaald. Deze vertaler doet dit vaker, maar zet in zo’n geval normaliter een toelichting in de voetnoot. In dit geval ontbreekt deze uitleg. Het valt ook op dat de Arabische term niet volledig wordt weergegeven, aangezien de oorspronkelijke tekst van de Koran spreekt over “Al Moe’allafati qulubuhum”. Als we de Koranvertaling van professor J.H. Kramers erbij pakken, wordt wel duidelijk wat deze Arabische term betekent: “… en wier harten geneigd zijn gemaakt …”, schrijft Kramer in de Ayah. In de voetnoot verklaart hij deze term verder met de uitleg: “Opdat zij moslim zullen worden”.

De uitleg van Kramers zet ons direct op het spoor van een handeling waarbij niet-moslims geld krijgen uit de zakat met als doel dat zij moslim worden.

Hadith

De Koran is hierin consistent met de overleveringen over het leven van Muhammad (hadith). In Sahih Bukhari lezen we bijvoorbeeld dat Muhammad een stuk goud verdeelde over vier niet-moslims die Muhammads leger hadden bijgestaan. De Quraish en Ansar stammen werden hier boos om, waarop Muhammad uitlegde waarom hij deze mensen zoveel goud gaf:

“Ik geef hen om hun harten aan te trekken (tot de islam).”[2]

Tarikh (historiografie)

Ook in de Tarikh van Al Tabari lezen we dit terug:

“De Boodschapper van God gaf giften aan hen wiens harten verzoend dienden te worden (al mu’alaffa qulubuhum), die mannen waren van een bepaalde status, om met hen te verzoenen en hun harten voor zich te winnen.”[3]

Meteen na dit citaat volgt een lijst met tientallen namen van “bepaalde mannen van eminentie” die Muhammad ieder een aantal kamelen gaf, variërend van 100 tot 50 tot enkele. De vertaler van Al Tabari verwijst middels een voetnoot bij de term “al mu’alaffa qulubuhum” naar soera Taubah (9) vers 60 van de Koran voor de theologische onderbouwing van deze handelingen.

Sirat (biografie van Muhammad)

Ditzelfde verhaal is ook terug te vinden in de vroegste biografie van het leven van Muhammad: Sirat Rasul Allah door Ibn Ishaq:

“De Apostel gaf giften aan zij wiens harten moesten worden gewonnen, met name de leiders van het leger, om hen voor zich te winnen en via hen hun volkeren.”[4]

Het doel lijkt hier te zijn om geld of goederen te geven aan mannen van hoge status, ongeacht hun mate van rijkdom, zodat zij moslim worden en daarmee hun hele stam erbij. We zullen verderop lezen dat de islamjuristen van weleer dit dikwijls bevestigen.

In het werk van moslimgeleerde Al-Qaradawi vinden we bovendien referenties naar overleveringen uit Nayl al Awtar en Tafsir Al Tabari die niet alleen doen vermoeden dat er sprake is van omkoping maar het onomstotelijk bewijzen:

“Nooit werd de Boodschapper van Allah (p) iets gevraagd voor het accepteren van de islam zonder dat hij het gaf. Er kwam eens een man die vroeg iets te krijgen voor het aannemen van de Islam. De Boodschapper gaf het bevel dat hij genoeg schapen kreeg om de afstand te vullen tussen twee heuvels, vanuit de schapen die werden geïnd als sadaqah. De man ging terug naar zijn clan en zei: ‘O mijn volk, accepteer de Islam, want Muhammad geeft als iemand die geen armoede vreest.’”

“Ibn ‘Abbas heeft overgeleverd dat sommige mensen naar de Profeet kwamen die, als ze van de sadaqat kregen, de Islam prezen en het een goede religie zouden noemen, maar zo niet, zouden kwaadspreken over de Islam.”[5]

֎ The National Zakat Foundation (NZF)

Nu het theologisch kader vanuit de tijd van Muhammad is neergezet, lijkt het goed om eens te kijken naar een praktische invulling. Later gaan we enkele tafsirs (exegeses) en juristen uit verschillende eeuwen bekijken, maar we beginnen met een hedendaagse video van the National Zakat Foundation (NZF). Deze organisatie collecteert zakat van moslims en zorgt ervoor dat deze wordt uitgegeven volgens de Islamitische richtlijnen. In de video spreekt de veelgeprezen imam Zaid Shakir, die zijn B.A. in Islamic Studies verkreeg aan de Syrische Abu Noor universiteit en onder meer een master heeft in politieke wetenschappen. Bij een breder publiek is hij wellicht beter bekend als de imam die de begrafenisdienst van bokser Muhammad Ali mocht leiden.[6]

Vanaf 4:30 minuten legt Shakir uit wie er allemaal zakat mogen ontvangen. Hij besteedt veruit de meeste aandacht aan de categorie die in dit artikel wordt behandeld: de muallafati qulubuhum (zij wiens harten verzoend moeten worden). Shakir verdeeld deze onder in drie subcategorieën:

  1. Mensen waarvan verwacht wordt dat ze na het ontvangen van het geld moslim worden.
  2. Mensen die aanvallend zijn tegen de islam, in de verwachting dat zij hiermee stoppen.
  3. Mensen die kort geleden bekeerd zijn, om hun islam te versterken.

We zien dat twee van de drie subcategorieën volgens Imam Shakir niet-moslims betreft. De eerste subcategorie legt hij als volgt uit:

“Misschien zijn deze mensen aan het nadenken over de Islam, ze twijfelen, en dan komt daar the National Zakat Foundation of een soortgelijke organisatie die zegt: ‘Weet u, als moslimgemeenschap hebben we een regeling die zakat heet en dat is geld dat wordt gegeven aan mensen die aan het nadenken zijn over Islam…’ en bam, … ‘- Wow, Islam is goed. Het boeit me niet wat ik gisteren in dat tijdschrift las, deze mensen zijn goede mensen. Ik ga moslim worden.” (vanaf 5:48)

Omdat Zaid Shakir in zijn hypothetische beschrijving al laat zien dat de ontvanger op de hoogte is van de intentie (het geven aan mensen die nog twijfelen over de islam) lijkt het te gaan om omkoping. We zullen verderop zien dat sommige geleerden van weleer ook een transactie beschrijven die duidt op omkoping, al zullen ze dit zelf natuurlijk nooit zo labelen.

Ook imam Shakir legt dit fenomeen natuurlijk uit als een stukje liefdadigheid, wat het tot op zekere hoogte ook is. Maar de intentie is duidelijk iets anders. Wat deze intentie is, blijkt tevens uit zijn uitspraak van even daarvoor:

“Als er aan hen wordt besteed, is het de verwachting dat dit hen binnen de islam zal duwen.” (4:42).

Imak Shakir legt vervolgens uit dat het niet correct is om te veronderstellen dat deze categorie inmiddels is vervallen:

“Imam Shafi’i en Malik waren van mening dat deze subcategorie niet meer gold wanneer de islam eenmaal was gevestigd. Maar in onze tijd, nu dat de islam zelfs in moslimlanden heel wankel is … zeggen velen van onze geleerden dat deze subcategorie weer geopend is.” (vanaf 6:25).

֎ Enkele tafsirs (exegeses) omtrent dit fenomeen

We nemen een kijkje in de tafsir-literatuur (exegese) van de soennitische islam.

Ibn Kathir

Ibn Kathir wordt beschouwd als één van de meest gerenommeerde onder de mufasirun (schrijvers van tafsir).  In zijn tafsir schreef hij over soera 9 vers 60 onder meer het volgende:

“Er zijn verschillende typen van Al-Mu’allafatu Qulubuhum. Er zijn mensen die aalmoezen worden gegeven om de islam te aanvaarden.”

Ibn Kathir citeert ook een bekende overlevering, die onder andere is te vinden in Sahih Muslim:

“…en Allah’s Boodschapper (vrede zij met hem) gaf honderd kamelen aan Safwan b. Umayya. Hij gaf weer honderd kamelen en toen gaf hij hem wederom honderd kamelen. Sa’id b. Musayyib zei dat Safwan hem vertelde: (Bij Allah) Allah’s Boodschapper (vrede zij met hem) gaf me wat hij me gaf (en mijn gemoedstoestand op dat moment was dusdanig) dat hij in mijn ogen de meest gehate persoon onder de mensen was. Maar hij bleef geven totdat hij inmiddels voor mij de meest geliefde onder de mensen is.”[7]

Wederom blijkt dat deze categorie van giftontvangers onder andere niet-moslims betreft, hoewel we verderop de bevestiging zullen krijgen dat het ook kan gaan om recente bekeerlingen, met als doel dat zij sterk blijven in het geloof of dat hun soortgenoten, landgenoten, et cetera ook geneigd worden om de islam te aanvaarden.

Maududi

Sayid Abul Ala Maududi is een twintigste-eeuwse islamjurist uit India. In zijn tafsir, Tafheem al Quran, schreef hij het volgende over dit fenomeen:

“Een deel van de zakat mag ook gegeven worden om mensen voor de Islam te winnen die wellicht bezig zijn met anti-islamitische activiteiten, of zij uit het kamp van de ongelovigen die wellicht zover gebracht kunnen worden dat zij de moslims helpen, of nieuwe bekeerlingen die wellicht geneigd zijn terug te vallen naar ongeloof als er geen financiële hulp aan hen werd gegeven. Het is toegestaan om uitkeringen of grote sommen geld te verstrekken zodat zij helpers van de Islam worden, of onderdanen ervan, of om hen op z’n minst te kunnen maken tot onschadelijke vijanden. Een deel van de buit, of andere bronnen van inkomen, mogen aan hen worden besteed en, indien nodig, ook een deel van de Zakaat bronnen. In die gevallen zijn de voorwaarden van armoede of behoeftigheid tevens opgeheven; sterker nog, zij kunnen zelfs rijke mensen zijn of leiders die normaal gesproken niet in aanmerking komen voor enig deel van de Zakaat bronnen.”

Zoals we dat gewend zijn van Maududi is hij erg duidelijk. Mensen die bezig zijn met anti-islamactiviteiten kunnen geld ontvangen, met als doel dat zij deze activiteiten staken. Hierbij kan worden opgemerkt dat lezers deze subcategorie invullen op een manier die afhangt van hun persoonlijke insteek. Moslims zullen hier mogelijk denken aan iemand die liegt over de islam en de religie probeert te kleineren. In de praktijk zien we echter dat de mensen die een dergelijk stempel krijgen dikwijls oprechte kritiek hebben op de islam en dat hun mening veel moslims onwelgevallig is. Het lijkt daarom plausibel om te veronderstellen dat Maududi beweert dat er onder andere geld kan gaan naar mensen die de gemiddelde mens beschouwt als islamcritici. Verderop in het artikel zullen we hier een praktijkvoorbeeld van laten zien, hetgeen zeldzaam is, omdat dergelijke praktijken logischerwijs niet vaak openlijk zullen voorkomen.

Met betrekking tot de terechte vraag of dit wel echt omkoping is en niet slechts een kwalijke vorm van lobbyen: het is onwaarschijnlijk dat bij een dergelijke overdracht van fondsen niet aan de ontvanger duidelijk wordt gemaakt dat hij dit geld krijgt op voorwaarde dat hij de activiteiten staakt. Maar, eerlijkheidshalve moeten we hier een kleine slag om de arm houden, mede vanwege de door Ibn Kathir aangehaalde overlevering uit Sahih Muslim.[8]

Strikt genomen staat de mogelijkheid hier nog open dat iemand geld ontvangt zonder te begrijpen wat het doel van deze gift is. In zo’n geval hopen de moslims dat de ontvanger geraakt wordt door hun liefdadigheid en vervolgens zijn motivatie verliest om de islam te “bestoken” met kritiek. Echter, de intentie van de gevende partij staat vast en is bedoeld om iemand om te kopen. Als de ontvangende partij zelf niet doorhad dat hij werd omgekocht, pleit dit alleen hem zelf vrij maar niet de gevende partij.

Bovendien geldt deze slag om de arm slechts voor situaties waarin gegeven wordt vanuit een bepaalde verwachting zonder dat er gesproken wordt over de eventuele intenties van de ontvanger. Maar, zoals gezegd, blijkt uit andere overleveringen dat Muhammad giften gaf aan mensen die glashelder maakten dat ze iets wilden hebben voor hun bekering[9] en voor het positief spreken over de islam.[10] Deze overleveringen zullen verderop nogmaals worden geciteerd en behandeld, wanneer we aankomen bij het islamitische jurisprudentiewerk ‘Fiqh al Zakah’ van Al-Qaradawi.

֎ Zijn er fuqaha (islamitische juristen) die dit hebben bevestigd?

We zijn aangekomen bij misschien wel het belangrijkste onderdeel: de juristen. Het interpreteren van Koranpassages en ahadith blijft immers vaak een onderwerp van controverse, doordat moslimapologeten blijven beweren dat men een verkeerde, ongeleerde interpretatie hanteert. Wanneer we echter naar de eindconclusies gaan van prominente juristen binnen de fiqh literatuur, ontstaat er een punt waarop de discussie kan worden beëindigd. Dat gezeged hebbende: het is voor onszelf van ondergeschikt belang wat de fuqaha hiervan hebben gezegd, aangezien deze literatuur dikwijls bolstaat van de niet-onderbouwde innovatie. Maar er zijn nu eenmaal veel moslims die deze geleerden zeer hoog aanslaan en (groten)deels afgaan op hun mening.

Ibn Rushd

De islamitische Maliki faqih (islamitische jurist) Ibn Rushd leefde in de 12e eeuw na Christus. In zijn toonaangevende werk Bidayat Al-Mujtahid schreef hij het volgende:

“Bestaat het recht van de mu’allafat qulubuhum nog steeds tot de dag van vandaag? Malik zei dat die mensen er vandaag niet meer zijn. Al-Shafi en Abu Hanifa waren van mening dat het recht van de mu’allafat qulubuhum nog wel voort bestaat tot de dag van vandaag als de imam deze legitiem acht, en zij zijn de mensen die worden bewogen en aangemoedigd om de Islam te volgen.

De reden voor hun meningsverschil is gelegen in de vraag of het een recht is dat specifiek gold voor de Profeet (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) of dat het in het algemeen beschikbaar was voor de rest van de umma. De schijnbare betekenis is dat het een algemeen recht is maar dat het aan de imam is om het onder alle omstandigheden te gebruiken of alleen in bepaalde situaties en niet in andere, dat wil zeggen, in een hoedanigheid van zwakte en niet in die van kracht. Het is om deze reden dat Malik zei dat er vandaag geen behoefte aan is vanwege de kracht van de Islam.”[11]

Bij Ibn Rushd vinden we de crux van het probleem bij moslims die beweren dat niet-moslims geen geld (meer) mogen ontvangen om ze naar de islam toe te trekken. Enkele grote juristen uit eerdere eeuwen stelden namelijk vast dat deze categorie van zakatontvangers niet van toepassing was voor de tijd waarin zij leefden. Ibn Rushd, die zelf ook leefde in een periode van islamitische macht, legt uit dat de juristen schreven vanuit hun eigen tijd waarin de islam sterk was en de lakens kon uitdelen. Maar wanneer de Islam zwak is, wordt deze categorie weer geopend, zoals ook imam Shakir al uitlegde in de video van the National Zakat Foundation.

We zien hier dezelfde twee gezichten richting ongelovigen die we vaker zien wanneer we de geleerden van de islam raadplegen: vriendelijkheid in tijden van zwakte, maar een terugtrekkende hand wanneer de islam zijn doel van dominantie heeft bereikt.[12] Verderop kunt u lezen dat meer prominente juristen dit mechanisme hebben bevestigd. Al-Qaradawi, die uiteindelijk gelooft dat de verzoening van harten in alle tijden nodig kan zijn, geeft hieromtrent een overlevering die hij aantrof bij Al Kasani, waarin Umar, een van de metgezellen van Muhammad, een document verscheurt waarin staat dat bepaalde mensen geld zouden (blijven) krijgen ter verzoening van hun harten.

Umar zou hebben gezegd:

“Het klopt dat de Boodschapper van Allah (p) jullie gaf om jullie te verzoenen met de Islam, maar vandaag de dag heeft Allah zijn religie versterkt. Als je bij de islam blijft (dan is alles goed) maar als je dat niet doet, dan is er niets tussen ons behalve het zwaard.”[13]

Los van de zoveelste bevestiging dat afvalligen te maken krijgen met het zwaard, laat dit ook zien dat de islam haar “liefdadigheid” richting ongelovigen en recente bekeerlingen loslaat op het moment dat het doel van macht is bereikt.

We hoeven de lezer niet uit te leggen dat dit veel zegt over de motivaties voor het bieden van “liefdadigheid”. Want er is altijd behoefte aan liefdadigheid. Maar volgens deze tekst wordt dit aan bepaalde mensen alleen gegeven wanneer de islam hier beter van wordt en dus niet vanuit de motivatie om simpelweg goede daden te verrichten. De vraag rijst dan ook of de veelgehoorde claim, dat de Islam een bekerende religie is, wel recht doet aan de realiteit, gelet op de mening dat bepaalde toenaderingen richting ongelovigen na verloop van tijd op een laag pitje komen te staan of zelfs helemaal verdwijnen. Ook de veelgehoorde claim dat mensen na een gewogen studie bekeren naar de islam, wordt door bovenstaande ontkracht. Het laatste duwtje mag namelijk worden gegeven middels het aanreiken van een vuist vol geld.

Al-Mawardi

Al-Mawardi was een elfde-eeuwse Shafi’i jurist die nog steeds als een van de zwaargewichten geldt. Ook hij schreef over deze categorie zakatontvangers. Volgens hem vallen zij in vier subcategorieën:

  • Zij die dichterbij gebracht worden zodat zij de moslims helpen
  • Zij die dichterbij gebracht worden zodat zij zich onthouden van het schaden van moslims
  • Zij die dichterbij gebracht worden vanwege hun begeerte voor de Islam
  • Zij die dichterbij gebracht worden om de begeerte voor de islam te stimuleren in hun volk en familie

Al-Mawardi bevestigt in zijn werk Al-Ahkam As-Sultaniyyah, The Laws of Islamic Governance, ook dat er met deze vier intenties geld mag worden gegeven aan niet-moslims. Hij was echter wel van mening dat zij dit niet mogen ontvangen vanuit de zakat, maar vanuit de fay (geweldloos overgenomen buit) of de ghaneemah (met geweld van de onderworpen volken afgenomen buit).[14]

Al-Nawawi

Al-Nawawi was een dertiende-eeuwse Shafi’i jurist. Ook hij bevestigt een aantal zaken:

“Mensen die geneigd zijn tot de Islam en wat hulp nodig hebben om zichzelf openlijk tot bekeerling te verklaren; of degene wiens sociale positie hoop geeft voor de bekering van andere ongelovigen.”[15]

Salih al Fawzan

Salih al Fawzan is een hedendaagse Hanbali jurist en tevens salafist. Hij wordt over het algemeen gezien als de meest wijze islamgeleerde van Saudi-Arabië. In zijn werk over islamitische jurisprudentie staat het volgende:

“De vierde categorie betreft zij die zakah wordt gegeven om hun harten samen te brengen voor de islam. Deze mensen vallen uiteen in twee subcategorieën: ongelovigen en moslims.  De ongelovige wordt van de zakah gegeven als er van hem kan worden verwacht dat hij de islam aanvaart, zodat hij gewilliger wordt om de islam te aanvaarden. Een ongelovige mag ook van de zakah gegeven worden om zijn kwaad tegen moslims te stoppen. De moslim kan zakah ontvangen om zijn geloof te versterken of om zijn gelijken van de niet-moslims de islam te doen aanvaarden, of voor enige andere legitieme en wettige redenen die de moslims goed doet. Zulke mensen dienen alleen te krijgen wanneer dit noodzakelijk is, want ‘Umar Ibnul-Khattab, ‘Uthman Ibn ‘Affan en ‘Ali Ibn Abu Talib (moge Allah met hen tevreden zijn) stopten met het geven van zakah toen er geen noodzaak meer voor was.”[16]

Al-Qaradawi

Al-Qaradawi is een hedendaagse soenitische geleerde die wordt gezien als een van de grootste autoriteiten op gebied van islamitische jurisprudentie (fiqh). Bovendien is zijn boek ‘Fiqh al Zakah’ volgens velen het meest complete boek over de derde verplichte zuil van de islam. Aan het begin van dit hoofdstuk gaven we al aan dat wij de werken van fuqaha aanhalen om de moslims die deze mensen hoog aanslaan te overtuigen, terwijl de islamitische bronnen voor ons al duidelijk genoeg zijn. Al-Qaradawi is wat ons betreft een geleerde die op dit punt teruggaat naar die islamitische bronnen en daarmee alle innovaties (zoals de vermeende afschaffing van deze categorie zakatontvangers) weerlegt.

In zijn boek is een uitgebreid hoofdstuk gewijd aan de verzoening van de harten vanuit de opbrengsten van de zakat of andere fondsen. Al-Qaradawi weerlegt hierin de meningen van bepaalde geleerden, die zeiden dat het geven aan deze categorie is afgeschaft sinds de dood van Muhammad of sinds zijn opvolgers zijn gestopt met het geven aan deze mensen.[17]

Volgens Al-Qaradawi is het onmogelijk dat een gebod van Allah wordt afgeschaft door een metgezel.[18] Wel laat hij enige ruimte voor het idee dat deze categorie in tijden van islamitische kracht vervalt, om vervolgens weer te worden heropend in tijden van zwakte,[19] al lijkt hij ook met deze visie moeite te hebben.[20] Hij vindt namelijk dat er in iedere tijd redenen kunnen zijn om zakat uit te geven ter verzoening van harten, maar dat de islamitische staat dit als eerste bepaalt. Wanneer de islamitische staat ontbreekt, of haar taak op dit punt niet uitvoert, kunnen islamitische organisaties deze taak op zich nemen. Al-Qaradawi vindt het onverstandig wanneer individuele moslims deze categorie mensen geld geven, ook als de islamitische staat én islamitische organisaties deze taak laten liggen.[21]

Volgens Al-Qaradawi zijn er zeven subcategorieën[22] binnen deze categorie van zakatontvangers:

  • Mensen die dichtbij hun bekering naar de Islam zijn
  • Mensen die de moslims kunnen schaden en hiermee stoppen na het ontvangen van geld
  • Mensen die pas bekeerd zijn, om hun islam sterk te maken
  • Prominente moslims wiens status gerespecteerd wordt door niet-moslims, in de hoop dat zij de islam zullen aannemen
  • Moslimleiders met een zwak geloof, in de hoop dat zij hun invloed voor de Islam gebruiken
  • Moslims die rond de grens van moslimlanden wonen, waarvan verwacht wordt dat zij het moslimland verdedigen tegen aanvallen van vijanden
  • Moslims wiens invloed nodig is bij het proces van het collecteren van zakat, zodat zij potentiële rebellen kunnen overhalen tot het betalen van zakat, om toekomstig geweld te voorkomen

Al-Qaradawis behandeling van de meningsverschillen

Volgens Al-Qaradawi zei Al-Shafi’i (eponiem van de Shafi’i wetschool) dat nieuwkomers binnen de islam wel onder deze categorie zakat ontvangers vallen, maar dat ongelovigen niet uit de zakat mogen krijgen, aangezien Muhammad de ongelovigen gaf vanuit de fay (buit) en niet de zakat. Ook de beroemde mufasir en Shafi’i jurist Al Razi, die op zijn beurt weer Al Wahidi zou citeren, was volgens Al-Qaradawi van mening dat er zeker wel gegeven mag worden aan ongelovigen, met het doel hen naar de islam te brengen, maar dat dit niet uit de zakat mag komen. Hierop reageert Al-Qaradawi onder andere door vast te stellen dat bijvoorbeeld de mufasir Qatadah ibn Di’ama al-Sadusi zei dat deze categorie vaak heidense bedoeïenen betrof die Muhammad gaf vanuit de zakat om ze tot het geloof te brengen.[23] Ook verderop zullen we voorbeelden zien waarin Muhammad ongelovigen gaf vanuit de zakat. Al-Qaradawi vertelt verder dat de Maliki jurist Al Qurtubi schreef dat “zakat geven aan ongelovigen om ze naar de islam te brengen een vorm van jihad is.”[24]

Volgens Al-Qaradawi geloofden Ahmad ibn Hanbal (eponiem van de Hanbali wetschool) en zijn discipelen dat de regels omtrent het verzoenen van harten permanent zijn. Dit zou ook de positie zijn geweest van Maliki jurist Abu Bakr ibn al-Arabi, die volgens Al-Qaradawi het volgende toevoegde:

“Als de Islam sterk wordt, vervalt deze groep ontvangers, maar als zij nodig zijn, mogen zij hun deel krijgen, zoals ook de Boodschapper van God (p) hen gaf”.

Ook de reeds genoemde Al-Nawawi wordt door Al-Qaradawi aangehaald. Al-Nawawi zou in zijn werk de geleerde Al Hasan als volgt hebben geciteerd: “Vandaag moet er geen verzoening van de harten zijn vanuit de zakat.” Al Sha’bi zou verder gegaan zijn, door te schrijven dat zij wiens harten worden verzoend een groep was ten tijde van Muhammad die verviel toen Abu Bakr de leiding nam.[25]

Al Nawawi zou vervolgens Al Shafi’i als volgt hebben geciteerd: “Als ongelovigen worden verzoend, dan moeten zij alleen uit de fay worden betaald en niet uit de zakat, aangezien zakat niet gegeven mag worden aan niet-moslims.” Al-Shafi’i zou ook hebben gezegd dat deze groep niets meer krijgt zodra de islamitische staat sterk is.[26]

Wat betreft de Malikieten, zo schrijft Al-Qaradawi, bestaan er onder hen twee opinies, waarvan de ene wel en de ander niet toestaat dat deze groep zakat ontvangt. Hanafi’s zouden geloven dat er sinds de dood van Muhammad niet meer gegeven moet worden voor verzoening. Hij verwijst hiervoor naar Kasani, die dit laatste de correctie positie noemde omdat de metgezellen hierover unaniem zouden zijn. Iets wat Al-Qaradawi vervolgens zegt te kunnen weerleggen middels onder meer het eerder genoemde feit dat de metgezellen niets uit de Koran kunnen afschaffen.

Al-Qaradawi legt uit: De geleerden van usul bevestigen dat de afhankelijkheid die een wet van een gedefinieerd element heeft, een indicatie is dat dit element de oorzaak is van de wet:

“Het spenderen van de zakah hangt in dit geval af van de noodzaak voor de verzoening van harten. Dit betekent dat verzoening de oorzaak van de betaling is.”[27]

Het kan dus zijn dat wanneer er geen behoefte is aan verzoening van de harten, de stap van Umar weer kan worden gezet. Dit zou immers ook gebeuren wanneer een andere categorie, bijvoorbeeld de zakat medewerkers, niet betaald krijgen als er op een bepaald moment geen werkers zijn. Dit betekent niet dat de categorie is afgeschaft maar dat deze tijdelijk is opgeheven, aldus Al-Qaradawi.

Sterker nog, Al-Qaradawi is van mening dat er nooit een ijma (consensus) bestond over afschaffing van deze door Allah voorgeschreven categorie:

“Umar heeft de betaling aan individuen wiens harten worden verzoend niet afgeschaft, noch was er ooit een ijma over een dergelijke afschaffing”.[28]

Hij licht dit verder toe door te wijzen op het feit dat een wet van Allah alleen kan worden afgeschaft door een openbaring aan diens boodschapper, hetgeen dan ook zou moeten plaatsvinden tijdens het leven van Muhammad. Daarna is afschaffing alleen mogelijk wanneer twee authentieke teksten in de Koran of Soenna totaal in tegenstrijd met elkaar zijn en waarvan men weet dat de ene later is geopenbaard dan de andere, aldus Al-Qaradawi.[29]

Kan deze categorie tijdelijk worden opgeschort?

Nu Al-Qaradawi heeft uitgelegd waarom het niet is afgeschaft, richt hij zich op enkele geleerden die hebben gezegd dat de noodzaak van de verzoening van de harten tijdelijk kan worden opgeschort. Hierbij moet opgemerkt worden dat Al-Qaradawi in de eerdere citaten kennelijk ten behoeve van de discussie instemde met deze positie, omwille van zijn weerlegging van het standpunt dat het definitief door de opvolgers van Muhammad zou zijn afgeschaft.

Al-Qaradawi noemt het een incorrecte aanname dat verzoening alleen plaats zou vinden als de moslimstaat zwak is: “Dit is een onnodige restrictie en een onrealistische aanname”.[30] Hij citeert hiervoor uit de tafsir van Al Tabari,[31] die het volgende zou hebben geschreven:

“Allah zorgt ervoor dat de zakah twee doelen vervult, namelijk het verzadigen van de behoeften van moslims en het verstevigen van het streven van de islam. Het streven van de islam betreft de rijken en de armen, aangezien wat hiervoor gegeven wordt niet is gericht op het uitwissen van armoede, maar op het verstevigen van de inzet voor islam. Vechters voor het pad van Allah wordt zakah gegeven ongeacht of ze arm zijn of rijk. De betaling aan zij wiens harten worden verzoend, wordt gedaan ongeacht hun welvaart, omdat het wordt gegeven om de roep naar de islam te ondersteunen. De Profeet (p) gaf zakah voor verzoening van harten nadat Allah het grootste deel van Arabië voor hem had geopend en nadat de islamitische staat goed en wel was gevestigd. Er is geen steun binnen de Soenna voor zij die claimen dat er geen nood meer is voor verzoening van harten na de versteviging van islam en zijn staat.”[32]

Naast de uitleg van Al-Qaradawi omtrent de applicatie van deze richtlijn in alle tijden, bevestigt hij tevens iets dat al bleek uit andere bronnen en citaten: de “liefdadigheid” heeft niets te maken met het welzijn van de ontvangende partij, maar betreft uitsluitend de behoeften van de moslims en de islam.

֎ Omkoping?

We hebben al gezien dat sommige islamitische geleerden het standpunt innamen dat de liefdadigheid richting zij wiens harten verzoend worden slechts wordt ingegeven door de behoefte hieraan vanuit de islam of de moslimgemeenschap. Dit maakt dat het geen oprechte liefdadigheid is, maar slechts een middel om islamitische invloed te vergroten.

Dat het kwalijk is om geld aan mensen te geven met de intentie om ze naar de islam te trekken of hun islamkritiek te neutraliseren, is glashelder. Of er ook sprake is van daadwerkelijke omkoping kan afhangen van de situatie. We zagen al in de hypothetische schets van Zaid Shakir dat het aan de ontvanger duidelijk wordt gemaakt dat het geld gegeven wordt omdat ze weten dat hij of zij openstaat voor de islam en nog twijfelt om toe te treden tot de religie. Bij het aannemen van het geld zal de ontvanger zich dus laten beïnvloeden tot het aannemen van een nieuw geloof dankzij een financiële prikkel, vaak afkomstig uit de verplichte zakat die moslims betalen.

Ook in het geval waarin de ontvanger een islamcriticus is, zou men redelijkerwijs kunnen veronderstellen dat de intentie van de gift bekend moet zijn. Op z’n minst zal er sprake zijn van een eenzijdige poging tot omkoping, aangezien de gever zelf heel goed weet dat het doel van zijn gift is om iemand iets te laten doen (bekeren naar de islam) of laten (anti-islamactiviteiten staken).

Laten we kijken of er nog duidelijkere voorbeelden zijn van omkoping om toe te treden tot de islam en neutralisering van ongelovigen. Daarbij is het goed om vast te stellen wat een islamitische definitie zou kunnen zijn van regelrechte omkoping. Het is interessant om te bekijken hoe islamitische schrijvers een dergelijke handeling interpreteren op onbewaakte momenten waarop zij niet bezig zijn met het verdedigen van de reputatie van de islam.

We weten dat de islamitische geleerden en organisaties zonder moeite over omkoping spreken[33] wanneer het gaat om de beroemde poging van de Quraish om Muhammad te laten stoppen met zijn belediging en ridiculisering van hun geloof en leefwijze.[34] Dat is niet zo vreemd, aangezien het hierbij gaat om een onverbloemde poging om Muhammad geld te geven in ruil voor het achterwege laten van bepaalde acties.

In ‘Fiqh al Zakah’ van Al-Qaradawi, wordt een tweetal overleveringen aangehaald uit het leven van Muhammad, waarin hetzelfde mechanisme zich voordoet. Het enige verschil is dat het initiatief komt van de ontvangende partij, maar zo’n constructie verandert niets aan het feit dat het omkoping betreft:

“De tweede groep betreffen zij die de moslims kunnen schaden, waarvan het geven van zakah hen doet stoppen de moslims te schaden. Ibn ‘Abbas heeft overgeleverd dat bepaalde mensen naar de Profeet kwamen die, als ze van de sadaqat kregen, de Islam zouden prijzen en het een goede religie zouden noemen, maar zo niet, dan zouden ze kwaadspreken over de Islam.”[35]

Opvallend is hier dat Al-Qaradawi een overlevering met betrekking tot het schaden van de islam toepast op het schaden van moslims. Hieruit kan worden afgeleid dat beide soorten van schade volgens hem synoniemen van elkaar kunnen zijn. Het feit dat Al-Qaradawi bovenstaande, door Ibn ‘Abbas overgeleverde, narratief aanhaalt bij zijn uitleg over het ontvangen van zakat geeft al aan dat Muhammad dit geld ook daadwerkelijk gaf. Hier zou de oplettende lezer nog kunnen opmerken dat deze transactie meer wegheeft van chantage, aangezien de ontvanger dreigt te zullen kwaadspreken als hij het geld niet krijgt. Ook hier laat de algemene toepassing van Al-Qaradawi echter zien dat er geld mag naar mensen die de moslims kunnen schaden, waarbij niet wordt gespecificeerd dat het moet gaan om mensen die zelf komen met het verzoek iets te ontvangen. Immers, het gaat Al-Qaradawi om het actief geven aan zij die de moslims kunnen schaden. Nergens maakt hij duidelijk dat het moet gaan om niet-moslims die zelf komen met dit idee. Dat is begrijpelijk, want anders zouden mensen voortdurend misbruik kunnen maken van een dergelijke regeling.

Bovendien is het onwaarschijnlijk dat Muhammad geld zou geven uit angst dat iemand zou kwaadspreken over de islam. Veel aannemelijker is dat Muhammad zulke mensen gaf vanuit pragmatische redenen, namelijk om de (politieke) invloed van de (politieke) islam te vergroten.

Maar, mocht bovenstaande toch nog reden zijn voor een uitweg, dan is er nog een duidelijker voorbeeld uit een, eveneens door Al-Qaradawi genoemde, overlevering:

“Nooit werd de Boodschapper van Allah (p) iets gevraagd voor het accepteren van de islam zonder dat hij het gaf. Er kwam eens een man die vroeg iets te krijgen voor het aannemen van de Islam. De Boodschapper gaf het bevel dat hij genoeg schapen kreeg om de afstand te vullen tussen twee heuvels, vanuit de schapen die werden geïnd als sadaqah. De man ging terug naar zijn clan en zei: ‘O mijn volk, accepteer de Islam, want Muhammad geeft als iemand die geen armoede vreest.’”[36]

In deze twee overleveringen staat onomstotelijk vast dat beide partijen op de hoogte waren van het doel van de transactie. De ontvanger vroeg aan de gever (Muhammad) om iets te krijgen in ruil voor zijn acceptatie van de Islam. In beide gevallen krijgt iemand geld voor het doen en/of laten van bepaalde zaken. Dit is dé definitie van omkoping:

“De misdaad van het geven van geld of iets anders van waarde, vaak op illegale wijze, om iemand over te halen om iets te doen wat jij wilt. “[37]

֎ Hedendaagse voorbeelden

Misschien kent u hedendaagse voorbeelden van deze praktijken in uw eigen omgeving. Denk bijvoorbeeld aan mensen die net moslim zijn geworden en opeens dure reisjes kunnen maken naar moslimlanden, om van daaruit promotie te maken voor de islam richting bepaalde Westerse media. Of denk aan mensen die juist veel kritiek op de islam hadden maar dit opeens staakten en zelfs positief over de islam begonnen te spreken. Denk ook aan journalisten die zonder enige kritische houding spreken over de pracht en praal van de islam. Wanneer u in zo’n geval bewijzen heeft van een financiële transactie kunt u ons dit laten weten.

Stoppen met islamkritiek

In de praktijk zien we in elk geval dat het voor is gekomen dat islamcritici een aanbod kregen om te stoppen met hun activiteiten in ruil voor een hoop geld. Een medewerker van the Qura’nic Da’wah Center International (QDCI) liet in 2012 op Facebook zelfs openlijk aan een christen weten dat er een aanbod klaarlag om 50.000 roepies per maand te krijgen als deze de islam zou accepteren en voor hen zou komen werken (zie foto).

Er wordt hem nog even medegedeeld dat hij tenslotte uit een arm christelijk gezin komt. De christen wees het aanbod resoluut af, maar het aanbod is in lijn met wat Imam Zaid Shakir al vertelde in de video van the National Zakat Foundation: vaak zijn het arme mensen die je dichter bij de islam kunt brengen met giften. Hoewel het hier strikt genomen gaat om een baanaanbod, blijft het een financiële prikkel waarvan gehoopt wordt dat het de christen beweegt tot het inzetten van zijn debatvaardigheden voor de islam. Wij hebben persoonlijk contact gezocht met QDCI in Pakistan. Een vertegenwoordiger en docent gaf aan deze persoon te kennen en dat deze onder hem gestudeerd heeft, maar dat hij hem al jaren niet heeft gezien. Ook gaf de vertegenwoordiger aan dat de strekking van zijn Facebookcommentaar volgens de Islam niet acceptabel is. Uiteraard verwachtten wij geen erkenning van dit fenomeen, maar het gesprek heeft zeker een meerwaarde gehad voor het vaststellen van de autenticiteit van het Facebookbericht, aangezien deze persoon volgens de vertegenwoordiger van QDCI echt bestaat en in die tijd werkzaam was voor de organisatie.

En zo zijn er meer gevallen bekend waarbij moslimorganisaties verdacht werden van het ronduit omkopen van mensen, zodat zij bekeren naar de islam. In 2014 was er een geval in Maleisië, waarbij een islamitisch goed doel hiervan werd verdacht. Het is niet bekend of de aantijgingen kloppen. De organisatie heeft het ontkend. Ook in India is tenminste één geval bekend waarbij journalisten het vermoeden hadden dat arme Hindoes geld kregen ter bevordering van hun overstap naar de Islam. Het moge duidelijk zijn dat zulke gevallen zelden de openbaarheid halen. De theologische onderbouwing voor zulke handelingen is in elk geval sterk te noemen.

Massamedia

Het valt ons al jaren op dat bepaalde mainstreammedia opvallend positief spreken over de islam. Op zichzelf is dit natuurlijk niet verdacht, aangezien dit hun oprechte mening kan zijn. Maar wanneer er structureel wordt gesproken met de meest intellectueel onoprechte standpunten, [38] die ook nog regelrecht uit een dawahboekje lijken te komen, kun je een vermoeden krijgen van omkoping. Wellicht is het dan ook geen toeval dat een dergelijke vorm van omkoping vanuit de islam kan worden uitgevoerd.

Dit is in elk geval de mening van Al-Qaradawi:

“Het kan ook gegeven worden ter ondersteuning van onderzoek en om massamedia te gebruiken die de religie van islam doceert en haar doelen verdedigt tegen aanvallers.”[39]

֎ Conclusies

De eerste vraag was of mensen kunnen worden betaald om moslim te worden. Het antwoord is “ja”, aangezien Muhammad rijkelijk spendeerde aan niet-gelovige mannen. Hij deed dit naar eigen zeggen om hun harten te verzoenen met de islam. Deze terminologie vinden we terug in soera Taubah (9) van de Koran, daar waar de rechtmatige ontvangers van de zakat worden opgesomd.

Een tweede vraag was of ongelovigen ook geld konden krijgen om hun “kwaadsprekerij” te kunnen stoppen. Ook dit wordt bevestigend beantwoord door het feit dat Muhammad zulke mannen soms goederen gaf om te voorkomen dat zij kwaad zouden spreken van de Islam, waarbij het voor beide partijen helder moet zijn geweest dat er sprake is van omkoping. Op onbewaakte momenten spreken de geleerden van de islam ook over omkoping wanneer zij schrijven over de Quraish en hun poging om Muhammad over te halen tot het staken van zijn anti-Quraish activiteiten.

We hebben gezien dat de Koran en de Soenna veel prominente geleerden hebben doen concluderen dat er vanuit de zakat mag worden gegeven aan ongelovige (zelfs rijke) mensen. Dit onder andere in de hoop dat zij: 1. tot de islam bekeren, 2. hun soortgenoten meekrijgen naar de islam, 3. stoppen met hun anti-islampraktijken of hun aanvallen richting moslims. Welke van deze varianten het ook betreft, we hebben kunnen zien dat er volgens bepaalde prominente geleerden altijd een reden kan worden gevonden om dit geld op zo’n manier te verstrekken dat de ontvangende partij begrijpt dat er een tegenprestatie van hem wordt verwacht. Ook hebben we vanuit de vergelijkende studies van Ibn Rushd en Al-Qaradawi gezien dat er nooit een ijma (consensus) bestond met betrekking tot de afschaffing van het geven ter verzoening van harten.

Hoewel moslims zeggen dat de Koran in soera al Baqarah(2) vers 188 een verbod legt op alle vormen van omkoping, zien we vanuit de tafsir (exegese) dat het hier om een specifieke juridische omstandigheid gaat, waarin iemand ten onrechte ontkent een lening te hebben genomen terwijl er niets zwart-op-wit-staat.[40] De Koran veroordeeld het wanneer een persoon willens en wetens leeft van geleend geld, maar toch zijn “gelijk” probeert te halen bij een rechter. Echter, wanneer het gaat om de verspreiding van de islam zijn er richtlijnen waarmee mensen geld kan worden gegeven om ze onder andere te brengen tot het aannemen van de islam of het staken van kritiek op deze religie.

Gods zegen

 

Eindnoten

[1] Al-Qaradawi, Yusuf; ‘Fiqh al Zakah’; Volume I, vertaald door Monzer Kafh; ‘Scientific Publishing Centre King Abdulaziz University, Jeddah, Kingdom of Saudi-Arabia (2000), p. xl

[2] Sahih al Bukhari, boek 55 hadith 558; zie ook dr. Muhammad Mushin Khan; The Translation of the Meaning of Sahih al-Bukhari, Volume 4, p. 339

[3] Tabari, History of al-Tabari, volume 9, vertaling van Ismail K. Poonawala, p. 31

[4] Ibn Ishaq, Sirat Rasul Allah – The Life of Muhammad, vertaling van A. Guillaume, p. 594

[5] Al-Qaradawi, Volume II, p. 33-34

[6] https://themuslim500.com/profiles/imam-zaid-shakir/

[7] Sahih Muslim, volume 6 boek 43, hadith 2313, vertaald door Nasiruddin al-Khattab; Darussalam 2007 (online referentie)

[8] Ibid.

[9] Al-Qaradawi, Volume II, p. 33

[10] Ibid, p. 34

[11] Ibn Rushd, Bidayat Al-Mujtahid, Volume 1, vertaald door professor Imran Ahsan Khan Nyazee, p. 320

[12] Deo Volente NL; ‘Islamcheck: vernederende omgangsvormen met andersgelovigen of pragmatisme in oorlogstijd?’: (“Wanneer de moslims echter als minderheid in een niet-islamitisch land wonen, mogen ze niet-moslims wel het midden van de weg geven en hen zelfs als eerste groeten, om zo het grotere belang van de islamitische minderheid te dienen.”)

[13] Al-Qaradawi, Volume II, p. 36

[14] Al-Mawardi, Al-Ahkam As-Sultaniyyah, The Laws of Islamic Governance, vertaling Asadullah Yate PhD, p. 181

[15] Al-Nawawi, Minhaj et Talibin; a manual of Muhammadan law according to the school of Shafi, vertaald door L.W.C. van den Berg en E.C. Howard, p. 277

[16] Al-Fawzan, Salih, Dr.; ‘A Summary of Islamic Jurisprudence, Volume I, special Edition for Al-Daawah Foundation’; Al-Maiman Publishing House, Saudi Arabia; p. 363

[17] Al-Qaradawi, Volume II, p. 36

[18] Ibid, p. 37 (“Needless to say, the sayings and doings of a Companion cannot annul Qur’anic-texts…”)

[19] Ibid, p. 39 (“If weakness is a reason for distribution towards reconciling hearts, it exists today.”)

[20] Ibid, p. 39 (“There is no support in Sunnah for those who claim that after the strengthening of Islam and its state there is no need for reconciling hearts.”)

[21] Ibid, p. 39

[22] Ibid, p. 33

[23] Ibid, p. 35

[24] Ibid, p. 35

[25] Ibid, p. 35

[26] Ibid, p. 36

[27] Ibid, p. 36

[28] Ibid, p. 37

[29] Ibid, p. 37

[30] Ibid, p. 38

[31] Tafsir al Tabari, ed. Shakir, Vol. 14, p. 316

[32] Al-Qaradawi, Volume II, p. 39

[33] Safi-ur-Rahman al-Mubarkpuri, geleerde: https://aboutislam.net/shariah/prophet-muhammad/quraish-negotiates-prophet-story/; zie ook: https://www.infinitelight.org/detailed-biography/905-an-attempt-to-bribe.html, https://www.rafed.net/en/index.php?option=com_content&view=article&id=13804:the-quraysh-try-to-bribe-the-holy-prophet&catid=79:history&Itemid=1033 en https://islamicpedia.in/quresh-tried-to-bribe-prophet-muhammad-pbuh/.

[34] Sira Ibn Hisham, biography of the Prophet, vertaald door Inas A. Farid, Al-Falah Foundation, p. 48 en 50

[35] Al-Qaradawi, Volume II, p. 34

[36] Al-Qaradawi, Volume II, p. 33

[37] https://dictionary.cambridge.org/dictionary/english/bribery

[38] Deo Volente NL; ‘Zegt de Koran: “Wie één mens doodt, doodt een hele mensheid?”; link

[39] Al-Qaradawi, Volume II, p. 39

[40] https://quranx.com/tafsirs/2.188